Frederic de Renesselaan

Frederic de Renesselaan

Voor de ontwikkeling van het gebied tussen Terbiest en Bernissem werd voor enkele straatnamen verwezen naar de voormalige commanderij van de Duitse orde te Bernissem.

Frederic de Renesse tot Elderen werd op 15 oktober 1655 in Stokkem geboren als zoon van George Frederik van Renesse tot Elderen en van Anna Margaretha von Bocholtz. Langs moederszijde was hij aldus verwant met de landcommandeurs von Bocholtz, van Geleen en van Amstenraedt. Hij werd op 5 maart 1679 in Nieuwen Biesen in de Orde opgenomen. Hij was achtereenvolgens stadhouder van Ramersdorf in 1682 – 1683, commandeur van Ordingen 1683 – 1693, commandeur van Sint-Gillis in Aken 1690 – 1699, waarna hij commmandeur van Bernissem werd tot zijn overlijden in Bernissem op 21 januari 1714.

Wie was wie in Sint-Truiden

Leden van de Duitse Orde in de balje Biesen, Bilzen, 1994

Tekening met het gebouwencomplex van de commanderij Bernissem,

Vzw Sint-Truidense schatten



Situeringsplan Frederic de Renesselaan


Situeringsplan Frederic de Renesselaan

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).