Jan Frans Willemsstraat

Jan Frans Willemstraat

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/thumb/b/bc/JFWillems.jpg/220px-JFWillems.jpg
Onderschrift...

Jan Frans Willems

Jan Frans Willems is op 11 maart 1793 in Boechout geboren. Als jonge schrijver publiceert hij vaak polemische stukken waarin hij het opneemt voor het behoud en de ontwikkeling van het Nederlandse taal- en volksbewustzijn. In die tijd was Vlaanderen nog ingelijfd bij Frankrijk. Het Nederlands kon dus wel een extra duwtje gebruiken. Na de overwinning op Napoleon in Waterloo (1815), vindt hij dat de natuurlijke bestemming van Vlaanderen in een nauwere aansluiting bij het Noorden ligt. Hij droomt van de herenigde Nederlanden als een welvarende staat waar het Nederlands als moedertaal erkend is en als bestuurstaal geldt. Vanaf de onafhankelijkheid van België trekt hij zich meer terug in zijn studeerkamer. De Belgische staat werd vanaf dan (1830) eentalig Frans, aangezien de heersende klasse zowel in Vlaanderen als Wallonië deze taal sprak. Zo kwam er een trage, maar gestage verfransing van het openbare leven in Vlaanderen op gang. Jan Frans Willems ontwikkelt initiatieven die de heropbloei van de Nederlandse taal en cultuur bevorderen. Zijn aandacht gaat vooral uit naar de uitbouw van zijn bibliotheek, het verzamelen van oude liederen, het uitwerken van een eenvormige spelling, het publiceren van moderne bewerkingen van Middeleeuwse teksten en de uitgave van zijn tijdschrift 'Belgisch Museum'. Hij wordt door velen beschouwd als de vader van de Vlaamse Beweging. Hij sterft op 24 juni 1846 in Gent. Zijn werk wordt vanaf 1851 voortgezet door het Willemsfonds: daarmee het oudste cultuurfonds van Vlaanderen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

De bieten- en fruitspoorlijn (1879) tussen Tienen, Sint-Truiden en Tongeren

In 1879 werd een spoorlijn geopend tussen Neerlinter en Tongeren. Vooral bedoeld om in onze omgeving bietsuikerfabrieken (Ordingen en Bernissem) en de opkomende fruitexport naar het Duitse Ruhrgebied te bedienen. Door het heuvelige terrein waren dijken en doorsnijdingen noodzakelijk. Zo ook op de Honsberg op het drielandenpunt tussen Ordingen-Rijkel-Zepperen, met overbrugging.



Het private project voor Aken-Brussel mocht niet concurreren met de bestaande staatslijn Tienen-Luik en werd dus beperkt tot een kronkelend tracé Neerlinter-Tongeren. Aanvankelijk waren er ook weinig haltes (Zoutleeuw, Ordingen, Borgloon en Pringen), maar dat werd in 1897 aangevuld met haltes in Wilderen, Melveren, Bernissem, Hoepertingen, Kerniel en Jesseren) Daarom kreeg het bareelwachtershuisje uit 1878 in Wilderen in 1896 een heus station tegenover zich. 

Station Wilderen


In de Eerste Wereldoorlog werkten de Duitsers aan de missing link Tongeren-Aken met viaduct in Sint-Martensvoeren.

Verdwenen station van Ordingen 1897 met links stationsherberg 1895

In 1957 werd het personenvervoer op deze lijn 23 gestopt en vervangen door autobuslijnen. In 1968-1988 verdween ook het goederenvervoer voor lokale nijverheden. De sporen werden geleidelijk opgebroken tussen 1968 en 1989. In 1992 kwam er een toeristisch fietspad op het (deels) bewaard gebleven tracé.

Ordingen werd, weliswaar meer naar Zepperen toe, een draaischijf van goederen- en personenverkeer. En uiteraard kwam er de onvermijdelijke stationsherberg (1895). Het station maakte plaats voor de N718, bedoeld als oostelijke omleiding rond Sint-Truiden en aansluiting op de beruchte A24-autosnelweg., maar slechts uitgevoerd tussen Melveren en Ordingen.


Jammer genoeg waren spoorlijn en brug ook plaatsen van wanhoopsdaden en dramatische ongevallen. Zo ontdekten stationschef Miel Mommen en arbeider Lowieke Mertens in april 1943 'het lijk van een onbekende vrouwspersoon van ongeveer vijf- en twintig jaar'. De vrouw was ongelukkig op een betonnen seindraadpaaltje terechtgekomen bij haar ontsnappingssprong uit het Jodentransport XX vanuit de Dossinkazerne in Mechelen, gesaboteerd in Boortmeerbeek.

Stationschef Miel Mommen met zijn kleindochter, ca. 1940 in Ordingen

Nu is de spoorweg'zate' een verwilderde oase voor wild en vogels, hazelwormen, wijngaardslakken en dassen. Maar ook een magneet voor sluikstorters. Sommige delen van de spoorberm worden beheerd door natuurpunt omwille van de uitzonderlijke flora zoals knolsteenbreek, bosanemoon, slanke sleutelbloem, wilde marjolein, muskuskruid en brede wespenorchis. 


De brug over de spoorweg bij het 'driegemeentenpunt' Rijkel-Ordingen-Zepperen



Lees: 'Zepperen in Twee Grote Oorlogen', Remacluskring, 1994, p. 182-190; ‘Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914’, tentoonstellingscatalogus, Sint-Truiden: vzw Sint-Truiden 1300, p. 120; Robert NOUWEN, ‘Het Fruitspoor: spoorweglijn 23 Drieslinter-Tongeren’ in ‘Tongerse Annalen’, december 2019, p. 8-25.
Kijk: https://inventaris.onroerenderfgoed.be/erfgoedobje.../304755; Item over het bieten- en suikerspoor lijn 23 op www.haspengouw.tv