Koningin Astridstraat

Koningin Astridstraat

Nadat het station in 1876 van de kruising met de Tiensesteenweg naar de huidige locatie verhuisd was, met de aanleg van de Stationsstraat tot gevolg, werd in 1907 een Provinciale tentoonstelling georganiseerd op de terreinen tussen het station en het stadspark. Na afloop van deze tentoonstelling werd het gebied stelselmatig ontwikkeld als nieuwe woonzone, waarvoor nieuwe straten werden aangelegd. Oorspronkelijk heette deze straat Tentoonstellingsstraat, of Expositiestraat, maar door de vele erkers aan de nieuw gebouwde huizen werd ze in de volksmondGalderoubestroot" genoemd. Samen met de Prins Albertlaan (oorspronkelijk Prins Albrechtlaan) en Leopold II laan kreeg de Koningin Astridlaan een straatnaam verwijzend naar het Belgische koningshuis.



       Koningin Astrid




            Koningin Astridstraat
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be