Marie Popelinstraat

Marie Popelinstraat

Marie Popelin begon op 37-jarige leeftijd in 1883 rechtenstudies aan de Université Libre de Bruxelles. Als eerste afgestudeerde vrouw vroeg zij in 1888 toegang tot het beroep van advocaat aan de balie van Brussel. Het hof van beroep verwierp haar verzoek op 12 december 1888 met argumenten over de natuur van de vrouw en haar sociale rol. Haar cassatieberoep werd afgewezen met het argument dat de wet niets regelde. De zaak Popelin kreeg grote bekendheid en was een belangrijk moment in de bewustwording van het feminisme. In 1892 stichtte Popelin de Ligue belge du droit des femmes (Belgische liga voor vrouwenrechten), onder andere samen met Isala van Diest, de eerste Belgische vrouwelijke arts. Het door Popelin in 1897 in Brussel georganiseerde Internationaal Feministisch Congres vond vooral in het buitenland bijval. In 1905 stichtte zij de Belgische afdeling van de Conseil international de Femmes, de nog altijd actieve Nationale Vrouwenraad.

https://upload.wikimedia.org/wikipedia/commons/7/77/Marie_Popelin_%281846-1923%29.jpg
Onderschrift...

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be