De Ockeleye is de naam van één van beide rederijkerskamers in Sint-Truiden, die voor het eerst vermeld worden in 1495. Vermoedelijk bestonden de Okelei en de Rozenkrans reeds veel eerder. ’s Zondags voor de vasten van het jaar 1495 speelde de Okelei toneel, een luchtig carnavalesk stuk in het kader van vastenavond. In de 15de en 16de eeuw luisterden de rederijkers talrijke processies op. Dat kon eenvoudig door hun aanwezigheid in hun kleurrijke uniformen. Vaak verzorgden ze voorstellingen van bijbeltaferelen of heiligenlevens, soms staand of stappend in de processie, maar meestal vanop hun speelwagens. Met het opkomend protestantisme, en de contra-reformatie als tegenreactie, worden de beide rederijkerskamers herhaaldelijk ter verantwoording geroepen door de stadsoverheid.
In 1568, nadat Willem de Zwijger met zijn geuzenleger de stad had ingenomen, werden de twee rederijkerskamers afgeschaft door een besluit van de overheid. Nadat abt Christoffel de Bloquerije na het betalen van losgeld naar de abdij was kunnen terugkeren, werd in 1569 een nieuwe rederijkerskamer opgericht, De Olijftak. Door allerlei bepalingen wordt de werking van deze nieuwe kamer door de abt en de prins-bisschop nauwgezet gecontroleerd.
Dr. Fl. Van Vinckenroye, De geschiedenis van de rederijkerskamers De Ockeleye en De Roosencrans te Sint-Truiden, in: Historische bijdragen, Sint-Truiden, 1968.
Sint-Truiden 03-11-1927 – Sint-Truiden 05-12.2007 , x Lucienne Cuypers
Zoon van treinstoker- en machinist Gustaaf van Hasselt en Hubertine Marie Louise Paquay , Tentoonstellingsstraat . Ll. bij onderwijzer Hendrik Prijs. Hoofdtreinwachter . Schoonbroer van missionaris Cuypers, Nieuwerkerken. Metgezel Rik Sterken en advocaat Guy Gysens. Acteur en later decorbouwer Groep Pol Stas. Lid dialectstudiekring Neigemenneke met diverse bijdragen in ‘t Bukske. Lid Vereniging Limburgse Auteurs. Amateur-kalligraaf en lid Kunstkring.
Postzegelverzamelaar. Figuur in stripverhaal Dré Mathijs. Hoofdrol als Suske de Poep in Renovat-verfilming van Het zwakke verzet in 1985, première op 13.09.1986 met regisseur Miel Ruymen.