Pater Damiaanhof

Pater Damiaanhof

Damiaan van Molokai werd als Jozef De Veuster  in Tremelo geboren op 3 januari 1840 en overleed in Molokaï, Hawaï, op 15 april 1889. Hij was pater van de congregatie van de Heilige Harten van Jezus en Maria, ook wel picpuspaters genoemd. Hij is als missionaris bekend geworden door zijn werk voor de lepralijders in Hawaï, die naar het eiland Molokaï werden verbannen.

Dit stuk parktuin behoorde vroeger bij de hof van het minderbroederklooster. De minderbroeders verzorgden in Sint-Truiden tijdens het ancien regime pest- en lepralijders.

Pater Damiaanhof, genoemd naar de op 21 februari 2009 heilig verklaarde Jozef De Veuster, verwijst dus ook naar deze taak van de minderbroeders in het vroegere Sint-Truiden.

https:/nl.wikipedia.org/wiki/Pater_Damiaan

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be