René Lambrechtsstraat

René Lambrechtsstraat

Lambrechts, Renier Gregoor Antoon ‘René’, werd op 23.11.1908 in Stevoort geboren als zoon van kleermaker Theophile en Caroline Bangels. Hij startte een loopbaan bij het Belgisch leger als vrijwilliger in 1928, huwde in 1937 in Berchem met Angelina Creemers uit Bochholt en was 1ste officier onderrichter aan de Kadettenschool te Saffraanberg in 1938. Hij werd krijgsgevangen genomen in Saint-Nazaire in 1940. Na zijn vrijlating sluit hij zich in maart 1941 aan bij het verzet, zoals zijn broers: provincie-chef Tony en priester Louis, en zijn vader en zus.

Hij nam deel aan de gedeeltelijk geslaagde bevrijding van politieke gevangenen uit de gevangenis van Hasselt op zaterdag 10 juni1944. Daarbij werd hij standrechtelijk gefusilleerd. De gevangen vader en zus Lambrechts konden door deze operatie wel ontsnappen.

Het gedeelte van de vroegere Houtstraat, waar René woonde, werd in 1945 als eerbetoon naar deze verzetsstrijder vernoemd.

Wie was wie in Sint-Truiden, Sint-Truiden, 2011.


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be