Dirix, Joannes Lambertus Andreas "pater Lambert", minderbroeder

Montenaken 30.11.1808   Sint-Truiden 05.03.1843 

Zoon van Hubert en Maria Elisabeth Happaers.  

Thuis bij heeroom Willem Happaers, pastoor en onderwijzer Montenaken. Broer van latere pastoors van Walsbets en Heks. Ll. College Sint-Truiden. Medeleerling en vriend Arnold Tits. Feestelijk ingehaald als primus 1825. Opleiding onderbroken door sluiting seminaries door Willem I 1825. Priester  1831 en leraar  Rolduc. Zwakke gezondheid. Recollecten Sint-Truiden 1835. Leraar theologie 1835, novicenmeester 1839 en gardiaan 1840. 

Bekwam de afscheiding van Nederland en oprichting aparte Sint-Jozefprovincie 1842 met steun van zijn kennis bisschop Van Bommel. Eerste provinciaal, jong gestorven. Schilderij Minderbroedersklooster Sint-Truiden. Gedenkschrift pandgang Minderbroederklooster Sint-Truiden. 

Grafmonumentje Schurhoven  …virtute et doctrina conspicuus .

Lit.: Arnold TITS, Notice sur le Père Dirix, in Journal historique et littéraire, 10, 1843, p. 114 en passim; PUYMBROUCK, p. 330; LONAY, in BIONAT, 6, 1878, kol. 82-83; Adjutus DRIEGHE, Pater Lambertus Dirix, inrichter der Belgische provincie der PP. Minderbroeders, in Limburg, 7, 1925-1926, p. 49-53, 78-81, 156-161 en 183-193; Priesters van verschillende bisdommen die de soutane met de bruine pij hebben verwisseld in onze provincie Sint-Jozef 1836-1947, in De Band, 6, 1962, nr. 4, p. 20-29; Christa ENGELBOSCH, in ST19DE, p. 226-227.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be