De schepenbank was de lokale rechtbank tijdens het ancien regime. In Gelinden had de schepenbank 7 schepenen, voorgezeten door de schout die door de heer was aangesteld. De schepenbank was bevoegd voor zowel burgerlijke zaken als strafzaken. Naast de rechtspraak in geschillen was ook de vrijwillige rechtspraak een belangrijke taak: het registreren van overeenkomsten en akten over allerhande onderwerpen.
De schepenbank van Gelinden vergaderde wellicht onder de linde, bij de huidige kruising met de Luikersteenweg.
Tot de gemeentefusie van 1977 heette deze straat Gelindenstraat.
Ref.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loote wee de klokke van den toure luin,
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Loepe wee ni recht, ma loepe feelinks schuin.
As we carnaval gon viere in Sintruin,
Dreinke wee e pintje en gon haand in haand,
Vör te daasten albedieën rond de Latsjaan.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.
Iederien du mie, och de Gemeinterood,
Effekes de tuigels los kan ginne kood,
Iel het joor ston zijlinks al in vlam en vuur,
Vuir et goed van ’t Stadsbestuur.
Carnaval da zit doe in, da vuul dzje zelf,
Telt ze mèr, die groep is och bè drei maal elf.
En de boug kan alted ni gespanne ston,
Doever loote ze un dan ins per joor ins gon.
Ref.
En vuir goed te fieëste, is doo ‘t Fiestcomiteit,
Dei kreige subsidies och op stond en tijd,
Ma ze moete luistere noo et Stadsbestuur,
Gelèk de Rood van de Commeduur,
Vesteloovet is doe toch vuir iel de stad,
Ozze carnavalsgroepe dee weite da,
En as Scheipe va Plezier roep ich och ‘Vuur!’
Carnaval da is en echte volkscultuur.
Ref.
Ref.
Want zoe gie de carnaval in Groeët Sintruin.