Dirks, Louis Franz Servatius, minderbroeder

Maastricht 04.04.1825   Sint-Truiden 28.08.1887 

Zoon onderofficier Jacob en Maria Gertrudis Schiemes.  

Hulponderwijzer  Thorn (Nl.) 1840. Minderbroeder Sint-Truiden 1841 en leraar Tielt 1843. Sint-Truiden 1848, priester  Luik 1849. Lector heilige Schrift Sint-Truiden gedurende 35 jaar. Schreef artikels in literaire tijdschriften zoals De Middelaer, Het Taelverbond, Het Belfort en een literaire geschiedenis van de minderbroeders in België en Nederland. Organist . Deelnemer katholieke congressen. Predikant, redenaar, lijkredes en biografische notities. Talrijke artikels in Le Messager de St. François vanaf 1875.

Publ.: Columbus, gedicht, Leuven, 1844; Een boekje van de hoop, troost voor lijdenden en kleinmoedigen, Sint-Truiden. 1852; De Heilige Antonius van Padua en zijn tijdgenoten, Sint-Truiden. Schoofs, 1853; Lijkrede van den zeer eerwaarden heer Arnold Petrus Tits, hoogleeraar bij de katholieke hogeschool te Leuven, Hasselt: P.F. Milis, 1853; De Heilige Trudo van Serckinge. Eene bijdrage tot de kerkelijke geschiedenis van ons vaderland in de zevende eeuw, Sint-Truiden. E. Schoofs-Herman, 1883, eerder uitgegeven in 1854 bij Milis Hasselt; Histoire littéraire et bibliographique des Frères Mineurs de l'Observance de St-François en Belgique et dans les Pays-Bas, Antwerpen: Van Os-De Wolf, 1885.

Lit.: Alfons SIFFER, in Het Belfort, 2, 1887, p. 565-577; BWNZL, p. 204-205; Adjutus DRIEGHE, Pater Servatius Dirks, o.f.m. als letterkundige, geschiedschrijver, redenaar, in Limburg, 4, 1922-1923, 247-253 en 261-271; 5, 1923-1924, 1-4; JORISSEN; Lucianus CEYSSENS, in Franciscana, 55, 2000, p. 71-82.


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be