Deze straat heette vroeger de Kerkstraat in Gelinden. Naar aanleiding van de gemeentefusie kreeg de straat de naam van de patroonheilige van de dorpskerk.
Quinten of Kwinten, was volgens de legende de zoon van een Romeinse senator. Hij bekeerde zich tot het christendom, trok naar Gallië als missionaris en vestigde zich in Amiens. Zijn missionering was zo succesvol dat hij gevangen genomen werd door prefect Varius, gemarteld en tenslotte onthoofd werd. Zijn lichaam werd in de moerassen van de Somme gegooid.
In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
