Als Duitse nachtjachtbasis gedurende de Tweede Wereldoorlog, was het vliegveld van Brustem toen thuishaven voor één van de meest succesvolle Duitse nachtjagers : Heinz-Wolfgang Schnaufer en zijn bemanning. Zij vlogen ’s nachts ter onderschepping van de Engelse bommenwerpers waarbij Schnaufer gedurende de oorlog 121 Engelse toestellen heeft neergeschoten. Zijn successen brachten hem de bijnaam “nachtspook van Sint-Truiden” onder de bemanningen in Engeland. Omdat de vliegbasis welbekend was bij de Engelsen, stuurden zij ’s nachts veelvuldig “Intruders” uit, meestal vliegend met de Mosquito, om de Duitse bemanningen aan de grond te houden en de nachtjachtbasis aan te vallen. Deze nachtelijke indringers werden door de lokale bevolking verwelkomd als hún nachtspoken.
Clement Cartuyvels was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek.

De bank Cartuyvels:

Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na.
