Eeklo 03.02.1872 – ST 07.12.1929 Zoon van Theophile en Mathilde Amelia Van Zandycke. Broer van Gasthuiszuster Rosa. Ll. College Eeklo. Minderbroeder Tielt 1888 en priester 1894. Baccalaureaat theologie Leuven 1895. Leraar Rekem 1897. Lector dogmatica ST 1899-1929. Geestelijk bestuurder Katholieke Vlaamsche Studentengilde Hooger-Op ST 1913. Definitor, visitator. Bestuurder Derde-Ordelingen. Vicaris en lector jubilatus ST 1928. Mislezer kastelen Rochendaal en Duras. Apologetische studiekring 1912 en voordrachten met projector. Pseud. ‘A. Denruit’ en ‘P.A.A.’ Artikels in Ons Geloof en de Bode van Sint-Franciscus van Assissië, De Bestuurder van de Derde Orde, ’t Daghet in den Oosten, Limburg, Pastor Bonus, Voor ons volk, Ons volk ontwaakt…
Publ.: Alphonsus, apostel van de gelijkheid, vrijheid, broederlijkheid. Feestrede uitgesproken te Sint-Truiden voor de mannen der H. Familie, Lummen: Sint-Ferdinandgesticht, 1903; Verslag over den toestand der Limburgsche Derde-Ordevergaderingen. Algemeene vergadering der Broeders Derde-Ordelingen van Limburg gehouden te Sint-Truiden den 7 mei 1905, ST: G. Moreau, 1905; Rapporten over het Werk der Dames van Barmhartigheid, ST: G. Moreau, 1900-1913; Het ware, het goede, het schoone bij studenten, ST: G. Moreau, 1915; De geschiedenis der Paters Minderbroeders te Sint-Truiden 1226-1926, Mechelen: Sint-Franciscusdrukkerij, 1926; Schilder Antonius Rocka, minderbroeder te Sint-Truiden 1649, in Limburg, 8, 1826-1927, p. 129-135 en 152-156.
Krijttekening Minderbroedersklooster ST. Portretschildering J. Tysmans, afgebeeld in Limburg, 11, 1929-1930, p. 145.
Lit.: Gervasius BRANS, In memoriam Pater Adjutus Drieghe, minderbroeder (1872-1929), in Limburg, 11, 1929, p. 145-157 en 159-174; JORISSEN; Christa ENGELBOSCH, in ST19DE, p. 231; Luciaan CEYSSENS, in: Franciscana, 55, 2000, p. 151-160; PARTIJPOLITIEK, p. 54-55.

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be