Aalst 04.02.1867 Leuven hosp. 22.01.1933 Sylvie Abels
Zoon van landbouwer Pieter Arnold en Maria Theresia Wauters.
Ll. Normaalschool Sint-Truiden 1885, aldaar onderwijzer 1888. Leraar gymnastiek en plantkunde. Leraar wiskunde en natuurwetenschappen College 1899 tot aan opheffing in 1910, bijnaam ‘den Duk’. Leraar wiskunde Limburgse ambachtsschool Hasselt en normaalleergangen nijverheidsonderwijs provincie Limburg. Drukkerij, boekbinderij, papierhandel en ‘keurboekerij’ ‘In ’t Gulden Boek’ Groenmarkt, opvolger van A. Schoofs. Ook verkoop geldbeugels, optiek en meetinstrumenten.
Vader van priester Gabriël en van nijveraar Alfons. Grootvader van docent-stadsarchivaris Ferdinand. Echtgenote uit Berchem. Medestichter met dokter Quintens en voorzitter studiekring De Coninckxvrienden ca. 1897. Voorzitter Commissie Openbare Onderstand 1925 en ijveraar bouw nieuw weeshuis Nieuw Sint-Truiden 1931. Bestuurder Nijverheidsschool 1910 en Landbouwbank van België te Sint-Truiden. Lid kerkfabriek hoofdkerk. Secretaris comité Fancy-fair 1911 voor Ziekenkas Christen Werkmanshuis. Lid Toezichtcommissie tekenacademie 1932.
Herinneringssteen Weeshuis.
De stad Mechelen groeide bij de Dijle en lag in de middeleeuwen dus op de vaarroute tussen Zoutleeuw en Antwerpen in het hertogdom Brabant. De abdij van Sint-Truiden had er ooit haar ambassade.
Het Groen Waterke, een vliet aan de Ankerbrug in de schaduw van de Sint-Romboutskathedraal, is het meest schilderachtige plekje van de stad om te fotograferen. Vlakbij liggen de vluchthuizen van belangrijke abdijen: Affligem, Tongerlo en Sint-Truiden. In de woelige 16de eeuw, toen protestanten in de Nederlanden rebelleerden, hielden de abdijen van het platteland graag een pied-à -terre binnen de veilige wallen van een stad. Die ‘refuge’ was ooit nuttig voor lobbywerk in vredestijd. Zeker in Mechelen, toen zowat de hoofdstad van de Nederlanden.
Ook in Sint-Truiden zochten abdijen en kloosters van de verre omgeving hun toevlucht. We kennen nu vooral nog de refuges van Averbode (Ursulinen) en Herkenrode (vroeger de ‘Broeders’ in de Schepen Dejonghstraat). Jozef Smeesters somt er in de catalogus ‘18de eeuw’ bij de Trudofeesten 1993 nog een hele reeks andere op. De refugie van de vrouwenabdij van Nonnemielen werd later legerkazerne en verdween voor het administratief centrum. De praktijk van zo’n vluchthuis vinden we bijvoorbeeld in het archief van de Zepperse begaarden. Die hadden hun toevluchtwoning in de Gangelofparochie. Ze verhuurden het in 1678 aan een edelman uit Aalst, met last om in oorlogstijd plaats te ruimen. De pachter van de kloosterhoeve kreeg in zijn contract de verplichting om in woelige tijden alle meubels naar Sint-Truiden te voeren. Hij kreeg daarvoor kost en drank. Ook het kloostergraan, waardevast kapitaal, werd altijd naar de zolder in de veilig omwalde stad gereden. Na het ontmantelen van de wallen en poorten in 1675 op bevel van de Franse zonnekoning lag het stadscentrum wel open en bloot.
De Truiense abt Joris Sarens was geboren in Mechelen in 1477. Zijn broer, kanunnik Willem, liet rond 1540 in zijn vaderstad een prachtig gebouw met traptorentje en drie vleugels rond een binnenplaats metselen. Een combinatie van roze baksteen met witte kalkzandsteen. Enkele jaren later erfden broer Joris en de abdij van Sint-Truiden het pand. In 1611 kwam het in louter Mechelse privéhanden. Een stoute Mechelse bron schrijft de verkoop toe aan het geldgebrek van onze abdij, geplaagd door de Opstand in de Nederlanden en Luik.
De ranke traptoren is alleen onderaan nuttig, de rest is pure pronk en status. Wel een boeiende, hoge uitkijkpost in een tijd toen de mensen niet vlogen. Je kan het best vergelijken met het Antwerps torentje in het stadskwartier te Bokrijk. Het beschermde gebouw, lange tijd archief van het aartsbisdom, is in 2000 op kosten van de provincie Antwerpen schitterend gerestaureerd. Het doet onder meer dienst als conferentieplek voor de Belgische bisschoppenraad. De Antwerpse deputatie gaf bij de restauratie een glossy brochure uit in 2000.
