Stationsstraat 26

Stationsstraat 26   Hotel Saint-Jacques, 

Dit bakstenen gebouw met gecementeerde gevel en centrale poort, een breedhuis van zes traveeën en drie bouwlagen, was het hotel Saint-Jacques, vernoemd naar de overleden vader van uitbater Albert Ilsbroeks. De centrale poort bood toegang voor de koetsen van de bezoekers naar de achtergelegen stallen. In de jaren vóór de provinciale tentoonstelling van 1907 werd een Salle pour Sociétés achteraan bijgebouwd.

Het hotel Saint-Jacques vormt de pendant van het Hotel Saint-François aan de overzijde, nu door nieuwbouw vervangen. Het gelijkvloers omvatte een café en boven accentueert een daktoren de straathoek nog extra. In de jaren vóór de provinciale tentoonstelling van 1907 werd een Salle pour Sociétés achteraan bijgebouwd. 

Dit complex werd in 1927 door de stad aangekocht voor de stedelijke muziekschool. Na de brand van Ciné Patria in de Minderbroedersstraat tijdens WO II, vond deze bioscoop ook onderdak in de zaal. Na de verhuis van de muziekschool naar het huis Claes in de Leopold II-straat, werd het pand verkocht. Het is intussen mooi gerestaureerd als tandartspraktijk en woning.

Teksten:

- OMDpublicatie 2014: Thierry GHYS, De Stationsstraat, van 19de-eeuwse laan tot Ramblas

- OMDpublicatie 2012: Paula MORIA, Wandeling langs verdwenen en nieuwe theaterzalen

- OMDpublicatie 2007: Benny BUNTINX, Wonen in de stationsbuurt


Hotel Saint-Jacques

Stedelijke muziekschool


Hotel Saint-Jacques

 

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be