Stationsstraat 30

Stationsstraat 30

Tijdens de late jaren 1880 liet werktuigbouwer Leonard Demeuse - Missa, die intussen zijn werktuigatelier met een specialisatie in stoommachines sterk had uitgebreid op het terrein naast de gasfabriek, het huis nummer 30 bouwen. De initialen DM zijn in het afsluitwerk van de keldergaten verwerkt, althans in de drie linkse. Het meest rechtse raam was vroeger een deur, de dienstingang. Deze deur werd omgebouwd tot een raam om aan die kant van de hal een grote living te maken. Voor het nieuwe keldergat werd dan een hekje geplaatst dat van elders kwam en waarin de initialen niet voorkomen. Dit dubbelhuis met vijf traveeën en drie bouwlagen heeft een bakstenen lijstgevel op een arduinen plint, de houten kroonlijst rust op houten klossen. De erker wordt gevormd door twee gietijzeren zuilen op natuursteen met houtafwerking. Deze woning werd na het huwelijk van Gabriëlle Baltus met Lambert Keyenbergh hun gezinswoning.



Afsluitwerk keldergat met initialen D en M van huis Stationsstraat 30



ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be