Dufaux, Julien Marie Joseph, gedeputeerde provincie

Sint-Truiden 21.09.1941   Sint-Truiden 12.01.2007   Nicole Reynders 

Zoon bediende en beenhouwer Edgard en Jeanne Sente 

Licentie geschiedenis RU Gent 1963. Leraar geschied nis en zedenleer athenea Maaseik 1963 en Landen 1963-1972. Medewerker socialistische bibliotheek Zonnestraal en secretaris BSP-afdeling Sint-Truiden 1968-1976. Vader van schepen en docent arbeidsrecht Peter Dufaux.

Gedetacheerde diverse kabinetten 1972 en vzw. Jeugdkaravanen 1974-1985. Privé- en kabinetssecretaris minister van staat Willy Claes 1974-1985. Gemeenteraadslid 1970-1985 en schepen van cultuur 1971-1977. Voorzitter BSP-SP afdeling Sint-Truiden en onderafdeling Sint-Truiden 1976-1994. Oprichter blad De Rooie Rakker. Tijdschrift voor averechtse Trudofielen 1977. Provincieraadslid 1977-1989 en 1991-2006. Gedeputeerde provincie 1985-1989, opgevolgd door Steve Stevaert, en 1991-2000. Senator en lid Vlaamse raad 1989-1991. Belastingservice 1987-2006. Voorzitter Toerisme Limburg en vzw. Bokrijk.

Lit.: SCHEVENELS, p. 123-124; Negen begrotingen, één rode draad, in De Nieuwe Limburger, nr. 32, 1999.


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be