wijndomein gloire de duras

Wijndomein " Gloire de Duras "

Onderschrift bij deze foto

Van appels en peren naar druiven.

In 2015 wou Peter Nijskens zijn familiebedrijf een nieuwe toekomst geven, omdat de fruitteelt geteisterd was door verschillende crisissen( perenstop Rusland , stormen, vriesweer)


De hele familie, vrouw Hilde en de 3 kinderen Laura, Gert- Jan en Isaline werden door de wijnmicrobe aangestoken ,bijgestaan in de wijnkelder door Hans Van Nyen.

In 2015 werden de 1ste wijndruiven aangeplant Chardonnay, Pinot Gris en Auxerrois en in 2016 voor het eerst geoogst. In 2017 volgde de aanplant van Riesling. Eén van de percelen Riesling is aangeplant in de oude moestuin van het kasteel van Duras . Dit is dus een clos ,een ommuurde wijngaard.

Vanwaar de naam "Gloire" , die verwijst naar de Middeleeuwen en het graafschap Duras. Vandaag liggen de wijngaarden zowel in Wilderen als Duras.

Het wijndomein is 6.5 hectare groot of beplant met 26.000 wijnstokken.De wijngaarden zijn gelegen in Haspengouw en in het Vlaams- Brabantse Halle- Booienhoven. Verschillende medailles werden gewonnen op wedstrijden georganiseerd door de VVS de Vlaamse Vereniging van Sommeliers Zilver 2018 voor de Chardonnay - Auxerrois en de Riesling Cuvée Classique en brons voor de Pinot Gris en Pinot Gris Barrique.

Wat 2020 brengt zal een specialleke zijn in veel opzichten. In februari hebben de stormen Ciara en Dennis veel schade aangericht. De warme maand februari deed de natuur sneller in gang schieten en werd in mei ( 11- 15 mei ) gevolgd door vorst. Die zorgde voor bevroren bruine wijntrosjes in de lagere percelen.

Indien de temperatuur onder 0 ° C gaat kan men de wijnranken beschermen met vuurpotten en dit geeft 's nachts een feeëriek zicht.


Te bezoeken na afspraak .

ONTDEKKING VAN DE DAG

Onze vierde toren staat in Mechelen

De stad Mechelen groeide bij de Dijle en lag in de middeleeuwen dus op de vaarroute tussen Zoutleeuw en Antwerpen in het hertogdom Brabant. De abdij van Sint-Truiden had er ooit haar ambassade.

Het Groen Waterke, een vliet aan de Ankerbrug in de schaduw van de Sint-Romboutskathedraal, is het meest schilderachtige plekje van de stad om te fotograferen. Vlakbij liggen de vluchthuizen van belangrijke abdijen: Affligem, Tongerlo en Sint-Truiden. In de woelige 16de eeuw, toen protestanten in de Nederlanden rebelleerden, hielden de abdijen van het platteland graag een pied-à-terre binnen de veilige wallen van een stad. Die ‘refuge’ was ooit nuttig voor lobbywerk in vredestijd. Zeker in Mechelen, toen zowat de hoofdstad van de Nederlanden.

Ook in Sint-Truiden zochten abdijen en kloosters van de verre omgeving hun toevlucht. We kennen nu vooral nog de refuges van Averbode (Ursulinen) en Herkenrode (vroeger de ‘Broeders’ in de Schepen Dejonghstraat). Jozef Smeesters somt er in de catalogus ‘18de eeuw’ bij de Trudofeesten 1993 nog een hele reeks andere op. De refugie van de vrouwenabdij van Nonnemielen werd later legerkazerne en verdween voor het administratief centrum. De praktijk van zo’n vluchthuis vinden we bijvoorbeeld in het archief van de Zepperse begaarden. Die hadden hun toevluchtwoning in de Gangelofparochie. Ze verhuurden het in 1678 aan een edelman uit Aalst, met last om in oorlogstijd plaats te ruimen. De pachter van de kloosterhoeve kreeg in zijn contract de verplichting om in woelige tijden alle meubels naar Sint-Truiden te voeren. Hij kreeg daarvoor kost en drank. Ook het kloostergraan, waardevast kapitaal, werd altijd naar de zolder in de veilig omwalde stad gereden. Na het ontmantelen van de wallen en poorten in 1675 op bevel van de Franse zonnekoning lag het stadscentrum wel open en bloot.

De Truiense abt Joris Sarens was geboren in Mechelen in 1477. Zijn broer, kanunnik Willem, liet rond 1540 in zijn vaderstad een prachtig gebouw met traptorentje en drie vleugels rond een binnenplaats metselen. Een combinatie van roze baksteen met witte kalkzandsteen. Enkele jaren later erfden broer Joris en de abdij van Sint-Truiden het pand. In 1611 kwam het in louter Mechelse privéhanden. Een stoute Mechelse bron schrijft de verkoop toe aan het geldgebrek van onze abdij, geplaagd door de Opstand in de Nederlanden en Luik.

De ranke traptoren is alleen onderaan nuttig, de rest is pure pronk en status. Wel een boeiende, hoge uitkijkpost in een tijd toen de mensen niet vlogen. Je kan het best vergelijken met het Antwerps torentje in het stadskwartier te Bokrijk. Het beschermde gebouw, lange tijd archief van het aartsbisdom, is in 2000 op kosten van de provincie Antwerpen schitterend gerestaureerd. Het doet onder meer dienst als conferentieplek voor de Belgische bisschoppenraad. De Antwerpse deputatie gaf bij de restauratie een glossy brochure uit in 2000. 


Lees: Linda VAN LANGENDONCK, Monnikenwerk- en engelengeduld: geschiedenis en restauratie van de voormalige refuge van Sint-Truiden te Mechelen, Antwerpen: Provincie Antwerpen Dienst Kunstpatrimonium, 2000.