een nepvliegveld met nepvliegtuigen

een nepvliegveld met nepvliegtuigen.

Bij veel vliegvelden was er in de buurt een dummy-vliegveld, dus Brustem had er ook een. Dat lag in de velden in de driehoek Wilderen - Stayen Volmolen - Duras.

Het deed dienst als zgn. " schijnvliegveld" in het verweer van de Luftwaffe tegen de geallieerde bommenwerpers.

Alles nep, behalve de bewakers waren echte Duitsers.

De bedoeling van dit schijnvliegveld was misleiding, de geallieerden in de waan brengen dat ze boven het " echte vliegveld " aangekomen waren , zodat ze hun bommen op het schijnvliegveld zouden lossen in plaats van op de werkelijke basis een vijftal kilometers verder. Zulke nepvliegvelden " Attrappen" bootsten zo getrouw mogelijk de verderop gelegen Fliegerhorst na , met houten nepvliegtuigen en met houten neploodsen. Voor het bewakingspersoneel werd er naast een enkele legerbarak ook een bunker voorzien ( die er nog altijd is ) . Die bunker diende als schuiloord, als commandopostje en als telefoon- en verbindingscentrale met de hoofdmacht in geval van een bommenaanval.

De inplant van het vliegveld was belangrijk. Uiteraard gelegen in de aanvliegroute van de geallieerde toestellen naar het reële vliegveld van Brustem, niet te ver en liefst gelegen in een vergelijkbare omgeving. Er was dus een goede gelijkenis tussen de site in Brustem en het landschap tussen Wilderen, Duras en Volmolen.

De Duitsers zetten een viertal geschilderde startbanen op het terrein uit, richtten houten loodsen naast de nepstartbaan op en reden de nepvliegtuigen voor. Een bunker neergepoot randje Volmolen maakte het circus compleet. De gealarmeerde eigenaar van deze landerijen stond totaal machteloos tegenover dit optreden, maar hij slaagde erin om ergens in september 1941 stiekem wat foto's te nemen van de gepleegde ingrepen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Vijftig deniers, te spenderen bij de Truiense handelaars

De Truiense afdeling van het Nationaal Christelijk Middenstandsverbond (NCMV, later Unizo) is opgericht in 1925. Onder voorzitter Omer Thierie en ondervoorzitter Alain Nolens, bakker, was het NCMV erg actief in de crisisjaren 1980. Zo werd er een secretariaat gevestigd in de Minderbroedersstraat. 

Ook in 1980 liet het NCMV een kopie in messing maken van zilveren en gouden penningen bij gelegenheid van 1325 jaar 'bestaan' Sint-Truiden. Deze token van 50 deniers (of 50 Belgische franken) was in de tweede helft van de feestmaand december enkel te koop bij deelnemende handelaars, herkenbaar aan een vitrineklever. Na deze periode kon de penning bij elke bankinstelling terug worden ingewisseld. Ook de maanden na de actie konden verzamelaars terecht bij de Dienst voor Toerisme voor aankoop van de token. 

De rectozijde van de munt toont een middeleeuws zegel van de heilige Trudo voor de abdij, met de randtekst SANCTI TRUDONIS SIGILLUM. Op de versozijde staat het stadswapen met dubbelhoofdige adelaar, omkranst door streekfruit, korenhalmen en ossenkop. Die zijde draagt de randtekst SENATUS POPULUSQUE TRUDONENSIS 655-1980.  50 DENIERS. 


Foto's Mark Dusar Sint-Truiden