een nepvliegveld met nepvliegtuigen

een nepvliegveld met nepvliegtuigen.

Bij veel vliegvelden was er in de buurt een dummy-vliegveld, dus Brustem had er ook een. Dat lag in de velden in de driehoek Wilderen - Stayen Volmolen - Duras.

Het deed dienst als zgn. " schijnvliegveld" in het verweer van de Luftwaffe tegen de geallieerde bommenwerpers.

Alles nep, behalve de bewakers waren echte Duitsers.

De bedoeling van dit schijnvliegveld was misleiding, de geallieerden in de waan brengen dat ze boven het " echte vliegveld " aangekomen waren , zodat ze hun bommen op het schijnvliegveld zouden lossen in plaats van op de werkelijke basis een vijftal kilometers verder. Zulke nepvliegvelden " Attrappen" bootsten zo getrouw mogelijk de verderop gelegen Fliegerhorst na , met houten nepvliegtuigen en met houten neploodsen. Voor het bewakingspersoneel werd er naast een enkele legerbarak ook een bunker voorzien ( die er nog altijd is ) . Die bunker diende als schuiloord, als commandopostje en als telefoon- en verbindingscentrale met de hoofdmacht in geval van een bommenaanval.

De inplant van het vliegveld was belangrijk. Uiteraard gelegen in de aanvliegroute van de geallieerde toestellen naar het reële vliegveld van Brustem, niet te ver en liefst gelegen in een vergelijkbare omgeving. Er was dus een goede gelijkenis tussen de site in Brustem en het landschap tussen Wilderen, Duras en Volmolen.

De Duitsers zetten een viertal geschilderde startbanen op het terrein uit, richtten houten loodsen naast de nepstartbaan op en reden de nepvliegtuigen voor. Een bunker neergepoot randje Volmolen maakte het circus compleet. De gealarmeerde eigenaar van deze landerijen stond totaal machteloos tegenover dit optreden, maar hij slaagde erin om ergens in september 1941 stiekem wat foto's te nemen van de gepleegde ingrepen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Cartuyvels, (Marie Berthe) Marguerite, ijveraarster

Sint-Truiden 26.07.1871 Louis Woot de Trixhe 

Dochter van burgemeester-vrederechter Clément en Marie Marguérite Florence Macors . Rentenierster, echtgenote sinds 1892 van Louis Charles Adolphe Woot de Trixhe (Les Walleffes 1860 - Dinant 1900), rechter  rechtbank eerste aanleg Dinant. Minderbroedersstraat. Raadslid van het werk van de Dames de la Miséricorde, in de volksmond ‘Dames van de Floere Vod ’, een liefdadige vrouwenclub. Voorzitster van de Kantschool der Ursulinen. Verantwoordelijke voor de afdeling Maatschappelijke Werken van Sint-Truiden op de provinciale expo in 1907. 




Lit.: Djef MIEVIS, De kantnijverheid te Sint-Truiden, Antwerpen: Secretariaat der vrouwenorganisatie, 1908, p. 5; Dieu et le pauvre. Compte-rendu de l’oeuvre des Dames de la miséricorde à Saint-Trond de janvier 1913 à janvier 1914, Sint-Truiden: Moreau, z.j., p. 2; HBSTEV, 2006, p. 123.