Bij veel vliegvelden was er in de buurt een dummy-vliegveld, dus Brustem had er ook een. Dat lag in de velden in de driehoek Wilderen - Stayen Volmolen - Duras.
Het deed dienst als zgn. " schijnvliegveld" in het verweer van de Luftwaffe tegen de geallieerde bommenwerpers.
Alles nep, behalve de bewakers waren echte Duitsers.
De bedoeling van dit schijnvliegveld was misleiding, de geallieerden in de waan brengen dat ze boven het " echte vliegveld " aangekomen waren , zodat ze hun bommen op het schijnvliegveld zouden lossen in plaats van op de werkelijke basis een vijftal kilometers verder. Zulke nepvliegvelden " Attrappen" bootsten zo getrouw mogelijk de verderop gelegen Fliegerhorst na , met houten nepvliegtuigen en met houten neploodsen. Voor het bewakingspersoneel werd er naast een enkele legerbarak ook een bunker voorzien ( die er nog altijd is ) . Die bunker diende als schuiloord, als commandopostje en als telefoon- en verbindingscentrale met de hoofdmacht in geval van een bommenaanval.
De inplant van het vliegveld was belangrijk. Uiteraard gelegen in de aanvliegroute van de geallieerde toestellen naar het reële vliegveld van Brustem, niet te ver en liefst gelegen in een vergelijkbare omgeving. Er was dus een goede gelijkenis tussen de site in Brustem en het landschap tussen Wilderen, Duras en Volmolen.
De Duitsers zetten een viertal geschilderde startbanen op het terrein uit, richtten houten loodsen naast de nepstartbaan op en reden de nepvliegtuigen voor. Een bunker neergepoot randje Volmolen maakte het circus compleet. De gealarmeerde eigenaar van deze landerijen stond totaal machteloos tegenover dit optreden, maar hij slaagde erin om ergens in september 1941 stiekem wat foto's te nemen van de gepleegde ingrepen.
Vaux sous Chèvremont (L.) 21.09.1885 – 22.07.1958 , x Gertrude Schaps
Zoon van Emile en Josephine Dumont. IJzergieter. Huwde in Immersdorf (D.) 1912. Kwam in 1914 van Ougrée en vestigde zich in oude stroopfabriek. Samenwerking met Joseph Beauduin. Verkoop en herstelling machines voor nijverheid en landbouw. Ketels voor gemeentesoep en stroopstokerijen. Persen. Vlees- en groentenmachines. Gieter van onderdelen voor treinen en schepen, dieselmotoren, boormachines en draaibanken. Grafkruisen. Staallaswerken, drijfriemen, brandkasten, ketels, olie, vetten. N.V. Fonderies et ateliers Emile Brialmont leverde internationaal. Bij de interbellumcrisis omgeschakeld naar robuuste, gebrevetteerde ‘Brialmont’kachel s met acht luchtcirculaties voor o.a. scholen, kerken en fabrieken. Ook kacheltype ‘Belgische Staat’. Het bedrijf stelde tot 140 mensen tewerk. Schoonvader van Albert Vanslype. Zonen Albert Brialmont-Palms (1917-1986), burgerlijk ingenieur, en Gerard (1921-1999), en overnemer Dassel (D.), goten vanaf 1968 stoven en sierstukken zoals haardplaten, haardijzers, poorten, hekken, lantaarnpalen, brievenbussen en sierkanonnen, waarvoor ze houten karrenwielen opkochten. Het vml. bedrijfsterrein op Stayerveld werd in 1986 verkocht aan de sociale huisvestingsmaatschappij Nieuw Sint-Truiden. Gazometerstraat ca.1918. Houtstraat ca.1933. Tramstraat 1 ca.1938.
Mijnwerkersbuste in hol gietijzer met Emile Brialmont fondeur St-Trond.