een nepvliegveld met nepvliegtuigen

een nepvliegveld met nepvliegtuigen.

Bij veel vliegvelden was er in de buurt een dummy-vliegveld, dus Brustem had er ook een. Dat lag in de velden in de driehoek Wilderen - Stayen Volmolen - Duras.

Het deed dienst als zgn. " schijnvliegveld" in het verweer van de Luftwaffe tegen de geallieerde bommenwerpers.

Alles nep, behalve de bewakers waren echte Duitsers.

De bedoeling van dit schijnvliegveld was misleiding, de geallieerden in de waan brengen dat ze boven het " echte vliegveld " aangekomen waren , zodat ze hun bommen op het schijnvliegveld zouden lossen in plaats van op de werkelijke basis een vijftal kilometers verder. Zulke nepvliegvelden " Attrappen" bootsten zo getrouw mogelijk de verderop gelegen Fliegerhorst na , met houten nepvliegtuigen en met houten neploodsen. Voor het bewakingspersoneel werd er naast een enkele legerbarak ook een bunker voorzien ( die er nog altijd is ) . Die bunker diende als schuiloord, als commandopostje en als telefoon- en verbindingscentrale met de hoofdmacht in geval van een bommenaanval.

De inplant van het vliegveld was belangrijk. Uiteraard gelegen in de aanvliegroute van de geallieerde toestellen naar het reële vliegveld van Brustem, niet te ver en liefst gelegen in een vergelijkbare omgeving. Er was dus een goede gelijkenis tussen de site in Brustem en het landschap tussen Wilderen, Duras en Volmolen.

De Duitsers zetten een viertal geschilderde startbanen op het terrein uit, richtten houten loodsen naast de nepstartbaan op en reden de nepvliegtuigen voor. Een bunker neergepoot randje Volmolen maakte het circus compleet. De gealarmeerde eigenaar van deze landerijen stond totaal machteloos tegenover dit optreden, maar hij slaagde erin om ergens in september 1941 stiekem wat foto's te nemen van de gepleegde ingrepen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be