Dusar, Albert Marie Auguste Gérard, cultuurambtenaar

ST 08-02-1919 – Hasselt 01-10-1975, x Mariette Kerkhofs Zoon van bankbediende Joseph Henri Marie en Marie Josephine Gérardine Vanderbeek, Diestersteenweg. College Hasselt tot 1938. Bediende organisaties in christelijke zuil en ambtenaar Ministerie Arbeid 1939-1944. Medestichter en secretaris tijdschrift Nieuwe Tijden Tongeren 1945-1949. Stichter en directeur dagblad Het Volk Limburg 1947-1953. Secretaris en hoofd cultuurdienst provincie Limburg 1953-1975. Voorzitter Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond Limburg 1967. Driejaarlijkse Provinciale Prijs Letterkunde 1970-1973. Artikels in diverse tijdschriften o.m. De Tijdspiegel, cultureel Limburgs tijdschrift. Vulgariserende werken over kunst, natuur, toerisme en nijverheid in Limburg. Kunstenaarsmonografieën o.m. over Joris Minne, Hans Orlowski en Felix de Boeck.

Publ.: Tusschen twee winters, (Volksreeks, 332), Leuven: Davidsfonds, 1945, Gulden Romanprijs; Limburg. Proeve tot een synthese, Roermond-Maaseik: Romen en zn., 1946; De nijverheidsevolutie, in Limburg, Brussel: Elsevier, 1953, p. 166-182; Limburgs kunstbezit van prehistorie tot classicisme, Hasselt: Heideland-Orbis, 1970; met Albert SMEETS, Lexicon van de actuele kunst, Tielt-Utrecht, 1971; Limburg, Tielt: Lannoo, 1971; Groen in Limburg, Hasselt: Heideland, 1971; Limburg, toeristisch trefpunt. De mooiste wegen in stad en land, Tielt: Lannoo, 1973; met Lutgart DUSAR, Limburg. Trekken, wandelen, kijken. Autotochten, natuurrecreatie, monumenten, Tielt: Lannoo, 1979.

Portretschilderij door Felix De Boeck 1976. Koperen grafmonument door Vic Beirens 1976.

Info: HIP.

Lit.: JORISSEN; LIMBURGERS, p. 56-63; DEVOS, p. 245; Vriendenboek Albert Dusar (1919-1975), Tielt: Lannoo, 1976; Louis ROPPE, in NBIOW, 8, 1979, p. kol. 240-243.

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be