mijn motor loeide hard,
het bandenrubber kwijnde
die situatie, zo benard,
kwam maar niet aan zijn einde.
een veertigtonner dreigde
zijn bumper in mijn rug
twee zware Harley's neigden
mij naar die ophaalbrug !
een zwaailichtende Porsche
trachtte me links te ritsen
en uit hun helicopter
zag ik de kogels flitsen !!
ik scheerde wat ik kon
doorheen de bocht bergaf
een molen vol beton
kwam frontaal op me af
ik dacht "God sta me bij !"
mijn moed begon te zakken
tot ik ... met een ruk opzij ...
de kermisflosj kon pakken ...
In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
