STBL Begijnhofkerk

Begijnhofkerk

De belichting op de kerk vertoont 3 tinten blauw. Deze verwijzen naar de bouwgeschiedenis van de Begijnhofkerk:

- Met de bouw van de kerk werd begonnen kort na de stichting van het begijnhof in 1265. De oudste gedeelten (westgevel en eerste vier traveeën van het schip) dateren uit de tweede helft van de 13de eeuw en zijn voorzien van laatromaanse en vroeggotische elementen

- In de tweede bouwfase, begin 14de eeuw, werd het koor gebouwd

- Uit de laatste bouwfase, in de 15de eeuw, dateren de laatste vier koortraveeën en de scheibogen tussen de zuid- en middenbeuk van de eerste vier traveeën. In dezelfde periode werd het dak verhoogd en het houten tongewelf aangebracht

De beeldprojectie accentueert ook de prachtige raam- en deurprofileringen en de bloemen doen je denken aan de pracht van de bloesems in april of het bloemenkroontje dat de begijntjes op het hoofd gedrukt kregen wanneer ze, na hun noviciaat, volwaardig begijn werden.

Het Begijnhof werd midden 13e eeuw gebouwd op land dat abt Willem van Rijkel van de Trudoabdij schonk aan de begijnen. Het betekende de aanvang van een bloeiende vrouwenmaatschappij aan de rand van de stad. In zijn glorietijd woonden er meer dan 200 begijnen. In het begijnhof was er ook een boerderij waar ze zelf hun groenten en dieren kweekten. Ze leefden goed. Het water van de Cicindriabeek werd gebruikt om te wassen, te koken en te stoken. Op de bleekweide hingen ze hun was te drogen (dit was trouwens ook één van hun inkomsten).

Begijnhofkerk 


ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be