STBL Speelhof

STBL Speelhof

Het ‘Speelhof’ is gebouwd als buitenverblijf voor de abten van de Abdij van Sint-Truiden. Het goed bleef eigendom van de abdij tot aan de Franse bezetting. Bij een openbare verkoop kwam het – samen met het begijnhof – in handen van de familie de Pitteurs. Het domein is 36 ha groot en werd door de stad in 1989 aangekocht. Het complex bestaat uit een poortgebouw met duiventil, herenhuis, stallingen en een schuur uit de 18de eeuw. De schuur (voormalige tiendenschuur) dient nu als feestzaal.

Het wateroppervlak spiegelt het blauwe licht op de gevel. De minste rimpeling in het water zorgt voor beweging in het lichtbeeld. Bij een keitje krijgen we uitdijende kringen en als de zwemvogels landen, grote golftekeningen.

Het Speelhof heeft nog steeds dezelfde functie: een domein waar het heerlijk ontspannen is.

De Stad Sint-Truiden heeft trouwens grootse plannen: het domein wordt gerestaureerd. De restauratie kadert in een innovatieve herbestemming waarbij de totaliteit van het historische complex een waardevolle en duurzame invulling krijgt. De stad zorgt ervoor dat ‘het Speelhof van de abten’, een Speelhof voor de burgers is en blijft. (Periode: 2021-2024) 

Tiendeschuur Speelhof
Dreef Speelhof

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be