Hallo Micro Velm (2014) - Doucet Louis


Hallo Micro Velm (2014) - Doucet Louis


...


Links Albert Doucet (neef van Louis Doucet), tevens ook gauwleider van de KSA Velm en rechts Louis Doucet; zie ook het kapelletje gemaakt door de leden van de KSA Velm waar ze de eerste prijs mee gewonnen hadden



Jean Doucet & Hélène Smets (ouders van Louis Doucet)



Zittend van links naar rechts: Trudo Doucet (nonkel van Louis Doucet langs vaderskant), Trudo Doucet (broer van de grootvader van Louis Doucet), Henri Doucet (grootvader van Louis Doucet langs vaderskant), Armand Doucet (nonkel van Louis Doucet)

Staande van links naar rechts: Joseph Doucet (nonkel van Louis Doucet), Louise Doucet (tante van Louis Doucet), Henri Doucet (nonkel van Louis Doucet), Thérèse Doucet (tante van Louis Doucet), Frans Doucet (nonkel van Louis Doucet), Tinneke Doucet (tante van Louis Doucet en tevens moeder van Gaston Thierie) 



Sparta Velm, (voetballokaal café Jan Coenen), hurkend van links naar rechts: Robert Morren, Fernand Tilkens (‘Pringelen’), Louis Doucet, Frans Leemans, Jef Menten; staande van links naar rechts: Paul Goffin, René Leemans, Gaston Coenen, Jerôme ?, Pierre Morren, Paul Vanleeuw




 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be