Burgemeester 2005

Burgemeester 2005

Da's naa. al 10 joar
Da ich mich inzet ver Sintruin.
Ich weit het, joa 't is woar
Verkierde kl6kskes goenke loin
Ma ich trok mich da ne aon
Iederien zei toch wat ter wilt, wor
`ch probeirde goed te doen, en deu het ver iederidn

Refrein:

Ma wa's ne man zonder de steun
Van al dei minse moe ter kan op leune
Soms was het bitter, soms och zuut
Ich heb ôs verdeidigd in elk dispuut
Ich heb gedoin wa ich mos doen
En zal 't zoe votsdoen.

'ch heb soms een troan gepinkt
Vantijd verdriet, ma och van vreugde
Zoe tusse pot en pint
Do huurde dzje mier van wa gebeurde
De minse op de stroat
Dei weite mier as da fee denke
't is polletik, dzje weit bedind op al oer wenke.

Soms heb ich wol ins spijt
Van 't idn of 't aander da mislukte
Ma wee of wa dzj6 och zijt
Ich deu me best, och ver d'ontvluchte
Ma ich wil weider goin
Want blijve stoin is achteraatgoin
Ich deu 't ver goed te doen
En wil zoe votsdoen.

Willy Dewaelheyns
Wijze: My Way door Frank Sinatra.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be