Foucart, (Jean Joseph) Achille, architect

Brussel 29.03.1872   Verviers 27.06.1952   Armande Baiwir 

Zoon van herbergier Joseph van Sint-Gilis en Mélanie Moers (Sint-Truiden 1832-Tongeren 1908). Ouders gehuwd Sint-Truiden 1868.  

Beursstudent academie Brussel 1893. Huis advocaat Vandersmissen hoek Rijschoolstraat-Tiensestraat met hoektorentje 1902. Huis Degeneffe Grote Markt 1904. Huizen Koningin Astridstraat, o.a. gesigneerd Ach. FOUCART 1906. Grafmonument eigen ontwerp in art nouveau kerkhof Sint-Truiden. Naar Tongeren 1907. Villa meester Vanschoenbeek Hoepertingen 1908. Architect  en landmeter . Tekenleraar  Athenea Hasselt en Tongeren. Werken aan kerken o.a. te Gingelom 1906 en Berg 1909.

Willem Driesen
ONTDEKKING VAN DE DAG

Alomme rust

Alomme rust

De Zondag-middag is héél ingetogen.
De
luchten, klaar van winterkilte, beven
met teeder rood van lage zon doorweven;
de luchten, waar geen vogel komt gevlogen...

De middagrust mag gééne stoornis doogen.
Al
wil somwijlen vluchtig óverzweven
een verre galm van joelend kinderleven :
dra weegt de klare rust weer onbewogen.

Is het in sneeuw – die dezen nacht zoo zacht
de stille stede zwachtelde in heur vacht –
dat doezel-vaag verdooven nu geluiden?

O vrome middagvrede van Sint-Truiden,
dat om te ontwaken uit zijn sluimer, wacht
tot plotse kloosterklokken vespers luiden !




Onderschrift bij deze fotoLit.: P. DE PAUW, recensie in Boekengids, 1, 1923-1924, nr. 361; L. BRANS, Hilarion Thans o.f.m., in Monografieën van de Koninklijke Vereniging van Limburgse Schrijvers, 3, nr. 4, december 1992.
Gedicht in Hilarion THANS, Omheinde hoven, 4de uitgave, Mechelen, Sint-Franciscusdrukkerij, 1927, p. 35.
Hilarion Thans (Maastricht 1884 – Lanaken 1963), minderbroeder en auteur. Gedicht geschreven tussen november 1909 en maart 1910 op onoogige papiertjes toen de jongeman bedlegerig was van een bloedspuwing in het Sint-Truidense klooster. Uit de bundel Ziekebloemen. II. Open ramen. Voor het eerst verschenen onder pseudoniem F.M. Minderbroeder in ’t Daghet in den Oosten, 16, 1910, p. 58 als gedicht nr. XXI met bijhorend citaat Facta est tranquillitas Magna. En er kwam een groote rust (Evang.).