Jean Joseph Achille Foucart, architect

Brussel 29.03.1872   Verviers 27.06.1952   Armande Baiwir 

Achille Foucart

De Truiense architect Achille Foucart werd geboren in 1872 als zoon van Joseph Foucart en Mélanie Moers. Hij volgde zijn opleiding architectuur aan de Academie van Brussel en bouwde een veelzijdige loopbaan uit als architect, landmeter en tekenleraar aan de athenea van Hasselt en Tongeren. Hij was gehuwd met Armande Baiwir.

Zijn eerste belangrijke realisaties ontstonden in zijn geboortestad Sint-Truiden. Tot zijn bekendste ontwerpen behoren het markante hoekhuis aan de Rijschoolstraat en Stapelstraat (1902), het statige Huis Degeneffe op de Grote Markt (1904) en verschillende burgerwoningen in de Koningin Astridstraat. Deze gebouwen tonen zijn voorkeur voor een verzorgde architectuur waarin historische stijlelementen worden gecombineerd met eigentijdse accenten.

Hoek Stapelstraat en Rijschoolstraat.

Koningin Astridstraat 22-24.

Grote Markt 30.

Signatuurop de gevel van Huis Degeneffe - Grote Markt 30. (© Willem Driesen)

Vanaf 1907 vestigde Foucart zich in Tongeren, van waaruit hij opdrachten uitvoerde in heel Limburg. Hij ontwierp onder meer de Villa Dumont in Borgloon (1906), een villa voor meester Vanschoenbeek in Hoepertingen (1908) en werkte mee aan verbouwingen en restauraties van de kerken van Gingelom en Berg.

In 1929 ontwierp hij in Borgloon een eclectischefruitkwekersvilla voor de familie Copis-De Fastré, Stationsstraat 34 te Tongeren-Borgloon. (© Villa Copis)

Tijdens het interbellum legde hij zich vooral toe op het ontwerpen van oorlogsgedenktekens, waaronder die in de Moerenstraat en op de begraafplaats van Tongeren.

Ook op de begraafplaats van Schurhoven liet Achille Foucart een persoonlijk spoor na. Hij ontwierp er het grafmonument voor zijn ouders, gelegen in blok 12, rij 2, graf nr. 34.

Het grafmonument te Schurhoven (Blok 12, rij 2, graf 34).

Anders dan zijn openbare gebouwen is dit een intiem en persoonlijk ontwerp, waarin hij dezelfde zorg voor compositie, proportie en ornamentiek aan de dag legt. Het beschermd monument illustreert hoe architecten aan het begin van de twintigste eeuw ook grafmonumenten beschouwden als volwaardige architecturale creaties.

Zo vormt het graf niet alleen een blijvende herinnering aan zijn ouders, maar ook een tastbare getuige van zijn vakmanschap en zijn bijdrage aan het funerair erfgoed van Sint-Truiden.  








Zoon van herbergier Joseph van Sint-Gilis en Mélanie Moers (Sint-Truiden 1832-Tongeren 1908). Ouders gehuwd Sint-Truiden 1868.  

Beursstudent academie Brussel 1893. Huis advocaat Vandersmissen hoek Rijschoolstraat-Tiensestraat met hoektorentje 1902. Huis Degeneffe Grote Markt 1904. Huizen Koningin Astridstraat, o.a. gesigneerd Ach. FOUCART 1906. Grafmonument eigen ontwerp in art nouveau kerkhof Sint-Truiden. Naar Tongeren 1907. Villa meester Vanschoenbeek Hoepertingen 1908. Architect  en landmeter . Tekenleraar  Athenea Hasselt en Tongeren. Werken aan kerken o.a. te Gingelom 1906 en Berg 1909.

ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.