Velm 21.02.1867 – Ukkel 01.03.1943, x Marie Louise Cathérine Clabots, xx Maria Julia Labhaye
Zoon van handwerker Joannes en Rosalie Boonen. Uit familie liberale landbouwers. Ll. Normaalschool Sint-Truiden 1882-1885, regentaat Malonne. Onderwijzer Mechelen en Bree. Ingenieurstudies Leuven aangevat. Onder invloed van Helleputte in christelijke arbeidersbeweging 1893. Taalpurist, dichter, redenaar, corporatist. IJveraar voor vernederlandsing. Ambtenaar Ministerie Arbeid en Nijverheid 1895. Hertrouwde met Kortessemse. Directeur departement arbeid en sociale voorzorg 1919. Secretaris Katholieke Belgische Volksbond 1891-1896 en redacteur Het Arbeidsblad. In Nederland gaf G. Bruggeman te Oldenzaal verscheidene brochures van hem uit: Een woord over de gildegenootschappen; Een woord over de werkmanswoningen; Lijfrentekassen; Werkliedenbonden en ziekenkassen; Samenwerkende maatschappijen van gebruik; Samenwerkende maatschappijen van voortbrengst; Uit recht voor allen; Wachar; Naar de Zwarte Internationale. Bracht vakanties door in Velm. Ondervoorzitter Limburgse Maatschappij voor Letterkunde en Wetenschap 1894, samenwerking met Prenau, en voorzitter wetenschappelijke afdeling van tijdschrift. Gedichten in De Kabouter uit het land van Loon, 1891-1892 en De Opvoeding 1892. Gerda-liederencyclus in Vlaamsch en Vrij, en in Limburgsch Jaarboek 1894-1895. Gedicht Voor ’t Lievenheerke over geboortedorp in Vlaams Leven, 27, nr. 48, 02.09.1917. Korte schorsing na WO I wegens activisme. Interdepartementale cursussen taalwet 1921 voor ambtenaren. Pensioen 1932. Tervurenlaan Woluwe. Gewaardeerd ‘significus’.
Publ.: Verduitsching onzer meest gebruikte doopnamen, Sint-Truiden. Leenen, 1888; Gedichten en recensie in Limburgsch Jaarboek, 2, Bilzen: Limburgsche Maatschappij voor Letterkunde en Wetenschap, 1893-1894, p. 59-63, 147-148, 152 en 156; Liefde, in id., 3, 1895-1896, p. 101-109; Ex-voto’s, in id., 4, 1895-1896, p. 41-45; Zelfhulp en werkmansbeweging, Leuven: Charpentier en Schoonjans, 1896; Een woord over de werkmanswoningen, Leuven: Charpentier en Schoonjans, 1896; Staatshulp in zake van samenwerking, Aarschot: Fr. Tuerlinckx-Boeyé, 1898; Strijkhoutjes (overdruk Dietsche Warande en Belfort), 1902; Wetboeken voor het Vlaamsche volk (overgedrukt uit Rechtskundig tijdschrift), De Nederlandsche Boekhandel, 1909; Drie bronnen van huwelijksvreugde. Rede van den heer R. Schrijvers uitgesproken te Bree, op den laatsten Zondag van October 1910 ter gelegenheid van de prijsuitdeeling ingevolge den Kamp om den Prijs van Orde, Zindelijkheid en Spaarzaamheid in het kanton Bree, Maaseik: Van Venckenray-Roex, 1911; Op den wandel met Muyldermans en MacLeod, Kortenberg: Schrijvers-De Bie, 1911; Op den wandel met taalgidsen, 2 reeksen met heruitgaven, Kortenberg: J.-H. Schrijvers-De Bie, 1910-1914; Aanteekeningen op den Nederlandschen tekst van onze grondwet en van ons strafwetboek, Brussel: Hessens, 1927; Onze bastaardwoorden, Brussel: Hessens, 1928; Ons Staatsblad en ons jubeljaar, Baasrode: Bracke-Van Geert, 1930; Terminologische kijkjes, Turnhout: Brepols, 1942; Ons recht in ons taalgebouw, Turnhout: Brepols, 1942.

Straatnaam Velm.
R. Schrijversstraat

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen."
Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan.
Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen."
Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!"
X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.
Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be