Erfgoeddag 2021 zoektocht door de kranten, nachtelijke puzzel

Erfgoeddag 2021

Nachtelijke puzzel

Wij dagen jullie opzoekingsvaardigheden uit!


Om onderstaande puzzel op te lossen zal u moeten grasduinen in de krantenarchieven van de stad (op  pallas).

Opgeloste  rasters mogen gestuurd worden naar   info@erfgoud.be


, onder alle juiste rasters wordt een verrassing verloot...

Succes! 




Horizontaal


3. Achternaam van een jonge inginieur die vermoedelijk vergiftigd werd, een geheimzinnige dood – De Tram 18 mei 1895

5. Thema Erfgoeddag

7. (Achternaam) Gérard & Henri Roebben verklaren in een annoce in De Tram van 29 december 1900 dat zij een nieuwe bierbrouwerij beginnen in de            Beekstraat!

8. Achternaam van een heer die in Haelen door een trein werd onthoofd – De stem van Haspengouw 11 juli 1914

9. Achternaam van heer van Bornedries die zondagavond zoo geweldige stokslagen ontving dat hij op het politiebureel verzorgd moest worden door een geneesheer - De Tram 30 december 1899

10. Achternaam heer wiens schone pacht hoeve in Opheers, samen met 28 peerden, 2 koeijen en 60 varkens, in de vlammen opging – De Hoop 21 mei 1859

11. Achternaam van een joodse man die in Bohemen een godsdienstmoord beging op een katholieke maagd – De Tram 7 oktober 1899


Verticaal


1. Straat in Brussel waar de echtgenoten Locq woonden met hun kind van 9 maanden oud toen de vrouw des huizes aldaar zelfmoord pleegde – De Tram    26 augustus 1893

2. Stad in Engeland waar in een noodlottige brand van een hotel, de 69-jarige eigenares en haar zuster omkwamen – De Tram 31 oktober 1902

4. Bisschop van Brugge die mits een vastenbrief de mensen het vloeken wou afleren – De Tram 11 december 1898

6. Professor die de effecten van alcoolism onderzocht en hierover relaas doet in het Berliner wochenschrift, zo meldde De Tram op 19 maart 1904

ONTDEKKING VAN DE DAG

Brandende bokkenrijders

Brandende Bokkerijders

Blauwe steen

Achter het piramidekerkje van Bautershoven  houdt een blauwe steen zich recht in de graskant. Gelukkig heeft iemand er een boompje naast geplant, anders rij je er zo voorbij.

Hendrik Prijs, onze Limburgse Elsschot, schreef het trieste verhaal van Suske de Poup  en het Voorvelleke . Dat deden later ook historieschrijver Achille Thijs, de dialectkring Het Neigemenneke en historicus Frank Decat.

Die twee bejaarde vagebonden werden volgens de ingekapte tekst op de steen hier levend verbrand begin oktober 1784. Ze hadden de Gebrande winning  in de fik gestoken, verderop richting stad.

Nu laait het vuur daar alleen nog op onder het fornuis om de restaurantbezoekers te verwennen met een zakenlunch. In de zijgevel boven een poortje lees je het jaartal 1785 en de initialen van pachter Van den Hove op de sluitsteen.

Onderschrift bij deze foto

Beruchte Bokkenrijders

De bokkenrijders liggen nog in ons gezamenlijk geheugen, al was het maar door een album van Suske en Wiske. Maar of de twee brandstichters bij zo'n bende hoorden? In elk geval biechtten ze op dat op de heide 't Dekket in Zepperen  een duivelse eed van zwijgplicht was afgelegd. Aanstokers waren vier Walen, maar die zijn nooit gesnapt. Criminelen in de jaren 1700 probeerden wel meer bij de rijke boeren geld af te persen. Ze dreigden met brandstichting in een anonieme brief, vastgebonden aan de ring van de poort. De lemen boerderijen onder strodak waren een weerloze prooi.

Petit en Martens voerden hun dreigement uit maar vielen al snel in handen van de schout, zowat de sheriff of politiecommissaris in die tijd. Ze werden gefolterd bij hun verhoor en terechtgesteld aan het Gebrand Lindeken, richting Zepperen. In de stoet ging het van de stad naar de bewuste plek. Suske (Martens) en het Voorvelleke  (Petit) werden iets voor de middag op twee passen van elkaar aan een balk geketend. Ze leefden volgens het executieverslag nog drie tot vier minuten in het vuur, maar waren na twee uren nog slechts een hoopje asse.

Het Voorvelleke

Dat was de bijnaam van een Franse deserteur, Petit die altijd een lederen smidsvel droeg. Hij huysde, hoetelde en boddelde   met de buurvrouw van Suske en met twee Walen. Zijn veertienjarige zoon kreeg wroeging en praatte zijn vader na één week al aan de brandstapel. Truienaar Suske of Fransciscus Martens was een strodekker en leemplakker uit de Hel , een volkswijk nabij de Diestsepoort. Hij was ooit getrouwd geweest met een ware 'poup' van een vrouw, die stierf op bedevaart naar Compostela. Sus hertrouwde later met de dievegge Anastasia Kaky . Die zorgde voor de vuurlonten. Anastasia was een taai wijf en doorstond eerst de tortuur van tenenrek, duimschroeven en 'Spaanse' spanlaarzen. De strappade of de katrol waarmee de beul haar armen achterwaarts optrok deed Kaky uiteindelijk bekennen. Ze werd als medeplichtige gewurgd en geroosterd op de Grote Markt. Haar verminkte lijk hing later als afschrikking in een gaffel op de gerechtsplek van de abt, nu op de kruising van Tramstraat en Halmaalweg .

Het Zwakke Verzet

Hendrik Prijs gaf zijn roman Het Zwakke Verzet uit in 1942. Hij las daarvoor de originele processtukken door. Een proefje van de woorden die hij Suske in de mond legt: De groote winning stond, lijk de oogst in het veld, van de geweldige hitte der laatste dagen poederdroog en als te wachten op ons vonkje vuur. Met vieren hebben we het hem gelapt. De twee Walen, het Voorvelleke en ik. Petit bracht zijn melkmuil van een zoon mee. Ik keef hem verdacht aan, de kerel had een te eerlijk gezicht om betrouwbaar te zijn en bood te veel tegenstand. 'Hij kan een handje bijsteken', sprak het Voorvelleke, 'hij moet meer man worden'. 'Zijn wij geen mans genoeg, Voorvelleke?' 'Muil, dicht en aan 't werk!'


Mijnheer Keyenberg

De rijke Lambert Keyenberg-Baltus had bij Bautershoven-Bernissem  tussen de twee oorlogen een eigen vliegveld en liet naar verluidt de boodschap op hout uit 1784 vastleggen in de huidige steen aan de wegkant.