Archeologische site: Kerktoren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Wilderen (projectcode 2013/337)

In het kader van de geplande aanleg van een kelder in de westtoren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk te Wilderen, heeft een archeologisch team van Monument Vandekerckhove nv van 30 september tot 3 oktober 2013 een archeologische begeleiding uitgevoerd. Dit onderzoek, in opdracht van Group Monument nv, richtte zich op de volledige ruimte binnen de kerktoren.

De archeologische opgraving leverde enkele opmerkelijke vondsten op.

Tijdens het uitgraven werd heel wat botmateriaal gerecupereerd. Het ging hierbij vooral om losse beenderen die niet in anatomisch verband lagen. Er werd één skelet gevonden, dat echter zeer slecht bewaard was en anatomisch niet volledig. Hierdoor kon er geen extra informatie worden ingewonnen over het geslacht, de leeftijd en eventuele ziekte.

Tijdens de uitgraafwerken werden enkele scherven gevonden. Dit was onder meer het geval tijdens het vrijleggen van het skelet, waarbij onder andere een rand van een bord in rood aardewerk met slibversiering werd teruggevonden. Dit fragment kan gedateerd worden in de 15de tot 16de eeuw.Ook tijdens het vrijleggen van de vloer werd een bodemfragment in steengoed gevonden. Het gaat om aardewerk uit Raeren en kan eveneens gedateerd worden in de 16de eeuw.

Er werden ook objecten uit metaal aangetroffen. Deze vondstcategorie beslaat na bot het grootste deel van de vondsten. Het ging hier vooral om kistnagels.

Verder werden enkele fragmenten glas aangetroffen tijdens de uitgraving. Hier kon geen exacte datering worden opgegeven.

Tenslotte werden er nog sporen van een klokkengieterij gevonden. Op een oud gebruiksniveau werden namelijk duidelijke afdrukken gevonden die verband houden met het gieten van klokken. Deze sporen getuigen van een proces waarbij de klokken ter plaatse werden vervaardigd.

Foto van skelet 1 in spoor 3. 

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

Onze vierde toren staat in Mechelen

De stad Mechelen groeide bij de Dijle en lag in de middeleeuwen dus op de vaarroute tussen Zoutleeuw en Antwerpen in het hertogdom Brabant. De abdij van Sint-Truiden had er ooit haar ambassade.

Het Groen Waterke, een vliet aan de Ankerbrug in de schaduw van de Sint-Romboutskathedraal, is het meest schilderachtige plekje van de stad om te fotograferen. Vlakbij liggen de vluchthuizen van belangrijke abdijen: Affligem, Tongerlo en Sint-Truiden. In de woelige 16de eeuw, toen protestanten in de Nederlanden rebelleerden, hielden de abdijen van het platteland graag een pied-à-terre binnen de veilige wallen van een stad. Die ‘refuge’ was ooit nuttig voor lobbywerk in vredestijd. Zeker in Mechelen, toen zowat de hoofdstad van de Nederlanden.

Ook in Sint-Truiden zochten abdijen en kloosters van de verre omgeving hun toevlucht. We kennen nu vooral nog de refuges van Averbode (Ursulinen) en Herkenrode (vroeger de ‘Broeders’ in de Schepen Dejonghstraat). Jozef Smeesters somt er in de catalogus ‘18de eeuw’ bij de Trudofeesten 1993 nog een hele reeks andere op. De refugie van de vrouwenabdij van Nonnemielen werd later legerkazerne en verdween voor het administratief centrum. De praktijk van zo’n vluchthuis vinden we bijvoorbeeld in het archief van de Zepperse begaarden. Die hadden hun toevluchtwoning in de Gangelofparochie. Ze verhuurden het in 1678 aan een edelman uit Aalst, met last om in oorlogstijd plaats te ruimen. De pachter van de kloosterhoeve kreeg in zijn contract de verplichting om in woelige tijden alle meubels naar Sint-Truiden te voeren. Hij kreeg daarvoor kost en drank. Ook het kloostergraan, waardevast kapitaal, werd altijd naar de zolder in de veilig omwalde stad gereden. Na het ontmantelen van de wallen en poorten in 1675 op bevel van de Franse zonnekoning lag het stadscentrum wel open en bloot.

De Truiense abt Joris Sarens was geboren in Mechelen in 1477. Zijn broer, kanunnik Willem, liet rond 1540 in zijn vaderstad een prachtig gebouw met traptorentje en drie vleugels rond een binnenplaats metselen. Een combinatie van roze baksteen met witte kalkzandsteen. Enkele jaren later erfden broer Joris en de abdij van Sint-Truiden het pand. In 1611 kwam het in louter Mechelse privéhanden. Een stoute Mechelse bron schrijft de verkoop toe aan het geldgebrek van onze abdij, geplaagd door de Opstand in de Nederlanden en Luik.

De ranke traptoren is alleen onderaan nuttig, de rest is pure pronk en status. Wel een boeiende, hoge uitkijkpost in een tijd toen de mensen niet vlogen. Je kan het best vergelijken met het Antwerps torentje in het stadskwartier te Bokrijk. Het beschermde gebouw, lange tijd archief van het aartsbisdom, is in 2000 op kosten van de provincie Antwerpen schitterend gerestaureerd. Het doet onder meer dienst als conferentieplek voor de Belgische bisschoppenraad. De Antwerpse deputatie gaf bij de restauratie een glossy brochure uit in 2000. 


Lees: Linda VAN LANGENDONCK, Monnikenwerk- en engelengeduld: geschiedenis en restauratie van de voormalige refuge van Sint-Truiden te Mechelen, Antwerpen: Provincie Antwerpen Dienst Kunstpatrimonium, 2000.