Bijzondere vondsten: Hamerbijl

Hamerbijlen zijn doorboorde stenen hamers, ook wel strijdhamers genoemd. Hamerbijlen onderscheiden zich van andere stenen bijlen door een doorboring die loodrecht op de lengteas is aangebracht. Met deze doorboring kon de stenen bijl aan een houten steel worden vastgemaakt. De achterkant bestaat meestal uit een stomp, afgeplat hamervormig eind. Ze werden gebruikt als wapens, om hout te splijten, om bomen te kappen, als statussymbolen of als ruilobjecten.

Stenen hamerbijlen werden al gemaakt in de bandkeramische periode (5300-4900 v. Chr.), maar komen dan nog niet veel voor.

Vooral in de Rössen-periode (4900-4300 v. Chr.) en het laat-neolithicum (3200-2000 v. Chr.) komen ze volop voor in Limburg, vooral in de Maasvallei en het oostelijke gedeelte van het Kempisch plateau. In de Rössen-periode werden ze eerder gebruikt als ruilobject bij contacten tussen de eerste landbouwers en de lokale jagers-verzamelaars.

In het laat-neolithicum waren ze allicht eerder grafgiften en worden ze dan ook vaak in graven uit deze periode teruggevonden.

Hamerbijlen zijn gemaakt van de meest harde steensoorten zoals diabaas, doleriet, gabbro en amfiboliet. Veel bijlen van de Rössen-cultuur werden in amfiboliet gemaakt. Dit is een grondstof die allicht uit de westelijke Karpaten afkomstig is, ongeveer 1000 km van hier. Tijdens het laat-neolithicum kwamen de grondstoffen eerder van de Noord-Nederlandse en Noord-Duitse gletsjerformaties.

Deze hamerbijl werd in 2022 door de eigenaar geschonken aan het GAZO-depot. Hij werd gevonden als een losse vondst in Brustem.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Biets, (Hubert Eduard) Joseph, "Pater Benignus"

Sint-Truiden Bevingen 30.03.1886   Sint-Truiden 6.05.1959

Zoon van dagloner Gerard en Marie Gertrude Celis. Neef van pastoor Eduard Hayen.  

Broeders Sint-Truiden. Via paters Fulgence en Thomas Renson intrede augustijnen Gent 1903. Priester  1908. Legeraalmoezenier  WO I, bij Belgische vluchtelingen in Amersfoort, en in Saffraanberg. Prior De Haan-aan-Zee 1919. Onderpastoor Sint-Stefanus Gent 1921. Definitor Augustijnenprovincie. Bevriend met pastoor Peeters en burgemeester Paul Cartuyvels in Bevingen. Huishoofd in enkele gehuurde sociale woningen. 

Oprichter Sint-Augustinusparochie in de tuinwijk Nieuw Sint-Truiden  1928, bouwer noodkerk en kapelaan  OLV-kerk. Bouwer lagere jongensschool en kleuterschool 1930 en lagere meisjessschool 1932. Provinciaal 1932-1946 met stichtingen in Bouge, Marchienne-au-Pont en Kontich. Prior en pastoor parochie Nieuw Sint-Truiden 1947 en kerkbouwer 1952-1955. Gouden priesterjubileum 1958 . Begraven in familiegraf in Bevingen. 

 Lit.: PARTIJPOLITIEK, p. 55 met portret; BEVING, p. 26-27; Jozef SMEESTERS, Nieuw Sint-Truiden en de tuinwijk, in Monumenten van de toekomst? Modern bouwen in Sint-Truiden 1900-1975, Sint-Truiden. stadsbestuur, 2008, p. 77-79.