
Bij het archeologisch onderzoek van de Groenmarkt heeft men deze bijzondere vondst opgegraven. Deze Sint-Jacobsschelp lag op de linkerschouder van een skelet dat er begraven was.
Het skelet behoorde toe aan een man van ongeveer 40 jaar oud. Door verder onderzoek van de overblijfselen kon worden vastgesteld dat hij leed aan een hernia en DISH (Diffuse Idiopathische Skeletale Hyperostose). DISH is een reumatische aandoening die wordt gekenmerkt door overmatige botgroei, vooral rond de wervelkolom, wat leidt tot pijn en stijfheid in de gewrichten.

Door radiokoolstofdatering kon het overlijden van deze man tussen het tweede kwart van de 11de eeuw en het midden van de 12de eeuw gesitueerd worden. Dit is een tijdsperiode waarin de abdijkronieken getuigen van een overvloed aan bedevaarders in de stad en het klooster.
Abt Rodulf, die diende tijdens het abbatiaat van Adelardus II (1055-1082), beschreef deze tijd als een periode van grote welvaart. Het graf van de Heilige Trudo, trok dagelijks talrijke bedevaarders aan, die getuige waren van diverse mirakels. De stad en het klooster waren echter overweldigd door de toestroom van gelovigen, waardoor het moeilijk was om ze allemaal te huisvesten en te verzorgen.
De aanwezigheid van de Sint-Jacobsschelp op de linkerschouder van de overledene doet vermoeden dat hij een pelgrim was. De man kan een pelgrim zijn geweest die het graf van de Heilige Trudo bezocht. Hij kwam wellicht van ver om deze heilige plaats te eren, maar is nooit naar huis teruggekeerd. Zijn reis eindigde hier, op de Groenmarkt. Een andere mogelijkheid is dat de man afkomstig was uit Sint-Truiden en ooit een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella heeft ondernomen. De Sint-Jacobsschelp staat bekend als het symbool van deze beroemde pelgrimstocht en het is mogelijk dat de man deze schelp als een aandenken aan zijn reis bij zich droeg.
De ontdekking van de Sint-Jacobsschelp in het graf op de Groenmarkt herinnert ons aan de rijke geschiedenis van religieuze devotie en pelgrimstochten die onze stad in het verleden heeft gekend.
Sint-Truiden 964
Ardeens gravenzoon. Bisschop van Metz 929. Invloedrijk als verwant van de keizer. Diverse stichtingen en heroprichting abdij Gorze. Zette abt Renier Sint-Truiden af en nam zijn plaats in. Abt Sint-Truiden 944-964. Strengere naleving orderegel. Uitbreiding abdijdomein o.a. met eigen goederen in Pommeren (Moezel). Bouwde en wijdde Ottoonse abdijkerk in 945, na de invallen van de Noormannen, en voegde crypte toe. Begraven in Sint-Truiden. Herbegraven in Gorze en Metz.
Eretitel: pater monachorum, vader van de monniken. Neefje en naamgenoot Adalberon werd aartsbisschop van Reims.
Foto: Kathedraal Metz
Abdijcrypte, grafnis 2004 in dodengang, opschrift Adalbero abbas episcopus mettensis ibi translatus 964 door Jos Geusens 2005.
Adalbero was de zoon van paltsgraaf Wigerik van Lotharingen en van Kunigunde van de Ardennen en was de broer van Siegfried I van Luxemburg. In 929 werd hij omwille van zijn adellijke afkomst unaniem verkozen tot bisschop van Metz. Hij deed de abdijen, die afhingen van het bisdom en die in verval waren, terug heropleven. Hiervoor kreeg hij de bijnaam vader van de monniken. Adalbero liet de vervallen gebouwen herstellen en breidde de bezittingen van de abdijen verder uit. In 933 was hij de drijvende kracht achter de heropleving van de abdij van Gorze en in 944 zette hij zich in voor de heropleving van de abdij van Sint-Truiden die eveneens afhing van het bisdom Metz.
lees ook op
lees ook opGa hier verder..