
Bij het archeologisch onderzoek van de Groenmarkt heeft men deze bijzondere vondst opgegraven. Deze Sint-Jacobsschelp lag op de linkerschouder van een skelet dat er begraven was.
Het skelet behoorde toe aan een man van ongeveer 40 jaar oud. Door verder onderzoek van de overblijfselen kon worden vastgesteld dat hij leed aan een hernia en DISH (Diffuse Idiopathische Skeletale Hyperostose). DISH is een reumatische aandoening die wordt gekenmerkt door overmatige botgroei, vooral rond de wervelkolom, wat leidt tot pijn en stijfheid in de gewrichten.

Door radiokoolstofdatering kon het overlijden van deze man tussen het tweede kwart van de 11de eeuw en het midden van de 12de eeuw gesitueerd worden. Dit is een tijdsperiode waarin de abdijkronieken getuigen van een overvloed aan bedevaarders in de stad en het klooster.
Abt Rodulf, die diende tijdens het abbatiaat van Adelardus II (1055-1082), beschreef deze tijd als een periode van grote welvaart. Het graf van de Heilige Trudo, trok dagelijks talrijke bedevaarders aan, die getuige waren van diverse mirakels. De stad en het klooster waren echter overweldigd door de toestroom van gelovigen, waardoor het moeilijk was om ze allemaal te huisvesten en te verzorgen.
De aanwezigheid van de Sint-Jacobsschelp op de linkerschouder van de overledene doet vermoeden dat hij een pelgrim was. De man kan een pelgrim zijn geweest die het graf van de Heilige Trudo bezocht. Hij kwam wellicht van ver om deze heilige plaats te eren, maar is nooit naar huis teruggekeerd. Zijn reis eindigde hier, op de Groenmarkt. Een andere mogelijkheid is dat de man afkomstig was uit Sint-Truiden en ooit een pelgrimstocht naar Santiago de Compostella heeft ondernomen. De Sint-Jacobsschelp staat bekend als het symbool van deze beroemde pelgrimstocht en het is mogelijk dat de man deze schelp als een aandenken aan zijn reis bij zich droeg.
De ontdekking van de Sint-Jacobsschelp in het graf op de Groenmarkt herinnert ons aan de rijke geschiedenis van religieuze devotie en pelgrimstochten die onze stad in het verleden heeft gekend.
Sint-Truiden 11.05.1884 Sint-Jans-Molenbeek 10 of 16.08.1946 Virginie Crokaert
Zoon van herenboer Eugène uit Attenhoven en Marie Virginie Devue . Ouderlijk huis hoeve Stayenhof.

Studeerde Germaanse filologie in Leuven. Voorzitter Limburgse studentengilde . Leraar Paturages 1910, Ath, Gent, Brussel, Chimay, Elsene en koninklijk atheneum Hasselt 1919-1922. Krijgsgevangen burgerwacht WO I, tentenkamp Munster tot begin 1915. Gehuwd met Zellikse. Gemeenteraadslid 1921 en schepen van openbare werken en onderwijs 1926-1938. Katholiek volksvertegenwoordiger 1921-1945, senator 1946. Bijkomende rechtenstudie afgebroken. Eerst liberaal, dan activist en later katholiek minimalist. Lid Katholieke Vlaamse Kamergroep en verdediger minimumprogramma Van Cauwelaert o.a. in debat met Herman Vos in 1924. 6de jaarlijks congres Katholieke Vlaamse Landsbond in Sint-Truiden 1927. Wetsvoorstellen bestuurlijke amnestie 1924 en taalgebruik middelbaar onderwijs 1932. Artikels in De Standaard.
Dagelijks bestuur Katholieke Vlaamsche Landsbond 1930-1935 en betrokken bij de christelijke middenstand. Scheurlijst Verenigde Katholieken1932 na open conflict met conservatief katholieke burgemeester Cartuyvels over commissarisbenoeming broer Joseph Blavier 1928. Christen-democratisch verruimer. Legendarisch dienstbetoon. IJverde voor sociale huisvesting, oudstrijders, katholiek onderwijs en landbouwersbelangen. Ondervoorzitter literaire Van Veldeke-Leëncomité 1938. Lijkrede door burgemeester Thenaers in De Tram 25.08.1946. Geschilderd portret door Jos Tysmans 1932.
Grafmonument met IJzertoren Schurhoven.