Bijzondere vondsten: Merovingische mantelspeld

Foto van de Merovingische mantelspeld die in Brustem Kapelhof werd gevonden. 

Bij het archeologisch onderzoek van Brustem Kapelhof kwam deze mooie mantelspeld naar boven. Deze mantelspeld of “fibula” is 57 mm lang, 24 mm breed en gemaakt van een koperlegering. Het gaat om een beugelfibula. Dit zijn mantelspelden met een kopplaat en een voetplaat, die met een beugel aan elkaar zijn verbonden. Dergelijke fibulae kwamen vroeg in de Merovingische periode voor. De mantelspeld van Brustem is versierd met drie knoppen en de datering van dit type ligt tussen eind 5de begin 6de eeuw.

Een fibula werd gebruikt om kledingstukken vast te maken of mantels dicht te spelden. De fibula kan gezien worden als de voorloper van de knoop of de hedendaagse ritssluiting.

Ze werden vaak uit koper, zilver, brons of zelfs goud gemaakt en bezitten een tweedelig sluitmechanisme in de vorm van een pen en een gaatje of beugel. Ook werden ze vaak rijk versierd met allerlei motieven in fijn smeed- en inlegwerk met edelstenen.

Op de locatie Brustem Kapelhof werd in het verleden toevallig al een Merovingische glaskraal gevonden. Daarnaast werd ook een bijzondere fibula uit de Karolingische periode aangetroffen tijdens het vooronderzoek. Toch werden er tijdens de archeologische opgraving verder geen andere sporen uit deze periodes gevonden. Zijn deze vondsten per ongeluk door iemand onderweg verloren of was er in het verleden in de omgeving toch een Merovingische nederzetting aanwezig? Verder onderzoek in de toekomst zou dit kunnen uitwijzen.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Bruyninx, Jan, edelman

 Maastricht 29.06.1574   26.07.1641   Barbara Seegers  

 Uit een geslacht van grenswachters van de Graven van Loon, in Brustem sinds minstens 1300. Zoon van Koenraad en Barbara Tans. Jonker. Halfheer van Brustem en voogd van Zepperen 1610. Grondbezit in Brustem, Maastricht, Diepenbeek, Bilzen en Vreren, Val, Borgloon en Hasselt. Plaatste gedenksteen voor zijn overgrootvader jonker Bartholomeus (+1500) in kerk Brustem 1617. Zelf begraven in het hoogkoor van de Minderbroederskerk  Sint-Truiden. volgens overeenkomst uit 1641. Wapen: in goud twee dwarsbalken van keel met zilveren vrijkwartier beladen met drie zwarte leeuwen. 

Grafzerk nu in muur kloosterpand Minderbroedersklooster  Sint-Truiden. met identificatie en verwijzing naar het plaatsen van het monument nog tijdens zijn leven uit wantrouwen naar erfgenamen toe. 


Vloerzerk in natuursteen, nu in muur pandgang klooster,  KIK-IRPA


 Lit.: Erik HOUTMAN en Jos MOLEMANS, Cijnsregister van het Bruyninxhof te Brustem (1300). Tekstkritische uitgave en toelichting, in HBBRUSint-Truiden. 1975, p. 239-282. Francis GOOLE, Heraldische merkwaardigheden te Brustem, in HBBRUST. p. 137, 138, 152 en 154; Francis GOOLE en Piet SEVERIJNS, Bruninckx, (Familiekroniek), in HBVL, 17 en 18.06.1989; Jacques BROUWERS, in NBIOW, 13; 1990, kol. 140-142; ID., De heren van Brustem, in Het Oude Land van Loon, 43, 1988, p. 55-92.