Gemis, Edmond, hoofdonderwijzer

Velm 16.11.1873   Velm 18.07.1948  jonkman 

Zoon van Karel, hoefsmid op het dorpsplein, en Anna Maria Clerinx.  

Weggestuurd van Normaalschool. Diploma middenjury Gent 1893, onderwijzer Gingelom 1894 en Sint-Albertusschool Leuven 1894-1902. Doorgezonden wegens vlaamsgezindheid. Oprichter vrije school Neerwinden. 

Hoofdonderwijzer  Laar te Neerwinden 1916-1927. Volksnaam ‘’t schoolmiesterke van Neerwing ’. Ontvanger kerkfabriek Velm. IJverde voor toneelvereniging Vermaak na Arbeid 1907, de gelijknamige fanfare, de ziekenkas en de Katholieke actie in Velm. Toneelzaal Bondshuis Cerkel 1913. Verzekeringsmakelaar  met veeverzekering Sint-Eligius. Attenhovenstraat Velm. Gedichten in Het Kersouwken Leuven, o.a. over Velm. 

Nieuwjaarsgedicht voor dorpsgenoot R. Schrijvers. Schonk startcollectie vrije bibliotheek Velm 1942. Amateurschilder o.a. landelijke muurschilderingen bewaard bij familie Wiame.

Info: HIP archief. Lit.: Luc MINTEN, Edmond Gemis: een non-conformist, (Lessen in Vaderlandsche Geschiedenis), in Christene School, 20.03.1993; Albert DOUCET, Meester Edmond Gemis (1873-1948), in 3 B.V.'s: drie belangrijke Velmenaren. Het levensverhaal van Hendrik Bongaerts, Edmond Gemis en Robert Schrijvers, Sint-Truiden. Davidsfonds, 1999.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be