Albert Bielen




Albert Bielen uit Sint-Truiden was een van de 63 verzetsstrijders die in de nacht van 24 op 25 mei 1943 door de Duitse bezetter werden gearresteerd tijdens een razzia in de stad. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als een van de grootste nazirazzia's in Vlaanderen, waarbij 21 van de gearresteerden het leven lieten .

Albert Bielen werd geboren 15 juli 1900 en woonde in de Vissegatstraat 3 (toenmalig, de huidig nummering is anders) in Sint-Truiden, hij was de echtgenoot van Corthaut Caroline, hij was vader van 8 kinderen en ijzergieter van beroep. In de zo vaderlandslievende Schuurhovenwijk kwam hij in contact met de mannen van de "churchill-Club" N.K.B. en later A.S. . 

 Na zijn arrestatie werd hij via breendonck, Essen en Gross- Strelitz  gedeporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland, waar hij op 30 april 1945 overleed .

In Sint-Truiden is zijn herinnering levend gehouden door de plaatsing van een Stolperstein, een herdenkingssteen voor slachtoffers van het naziregime. Deze steen bevindt zich aan de Vissegatstraat 38, het adres waar Albert Bielen woonde .

Het verhaal van Albert Bielen is een tragisch voorbeeld van de vele offers die werden gebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn naam wordt herinnerd als symbool van moed en opoffering in de strijd tegen onderdrukking.

ONTDEKKING VAN DE DAG

Koningin Astrid, lieveling van het publiek

Verongelukte vorsten herdacht

De Zweedse prinses Astrid (°1909) werd in 1929 gemalin van onze Belgische vorst Leopold III. Ze verloor het leven bij een auto-ongeval in Zwitserland op 29 augustus 1935. De gemeenteraad hernoemde de Tentoonstellingsstraat al eind september in ‘Koningin Astridstraat’. In november 1937 organiseerde een comité van de Nationale Strijdersbond in het stadhuis een tentoonstelling van zandtapijt met de overleden Astrid op haar praalbed, om fondsen te werven voor een gedenkteken. Dat werd in de vorm van een postuum staatsieportret aangeboden aan het stadsbestuur tijdens de augustuskermis van 1939. Door de mobilisatie en de opeisingen ging deze plechtigheid met tentoonstelling verloren in het oorlogsnieuws.

De vermaarde Hasseltse portretschilder Jos Damien en zijn leerlinge-assistente Anne Rutten signeerden het schilderij.

Koningin Astrid wordt levensgroot en ten voeten uit afgebeeld in een paleisdecor en houdt een waaier van struisvogelveren vast. Ze draagt een witte galajurk met korte sleep en nonchalant gedragen losse mouwen. Oorhangers, armband en hanger met kruis tonen een groene smaragdkleur. De stralende vorstin draagt het zogenaamde ‘Diadeem der negen provinciën’. Dit kleinood, een verlovingscadeau van de Belgische bevolking uit februari 1925, bestaat uit een band met Griekse meandermotieven en werd door juwelier Van Bever vervaardigd. In de later herwerkte versie met ruiten zijn de elf briljanten ingewerkt als symbool van de toen negen provincies, plus België met vorstenhuis, plus Belgisch Congo.




In 1934 was in de inkomhal van het stadhuis al een gedenkteken opgericht voor vorst Albert I, na zijn tragisch klimongeval.