.jpg)
Albert Bielen uit Sint-Truiden was een van de 63 verzetsstrijders die in de nacht van 24 op 25 mei 1943 door de Duitse bezetter werden gearresteerd tijdens een razzia in de stad. Deze gebeurtenis wordt beschouwd als een van de grootste nazirazzia's in Vlaanderen, waarbij 21 van de gearresteerden het leven lieten .
Albert Bielen werd geboren 15 juli 1900 en woonde in de Vissegatstraat 3 (toenmalig, de huidig nummering is anders) in Sint-Truiden, hij was de echtgenoot van Corthaut Caroline, hij was vader van 8 kinderen en ijzergieter van beroep. In de zo vaderlandslievende Schuurhovenwijk kwam hij in contact met de mannen van de "churchill-Club" N.K.B. en later A.S. .
Na zijn arrestatie werd hij via breendonck, Essen en Gross- Strelitz gedeporteerd naar het concentratiekamp Buchenwald in Duitsland, waar hij op 30 april 1945 overleed .
In Sint-Truiden is zijn herinnering levend gehouden door de plaatsing van een Stolperstein, een herdenkingssteen voor slachtoffers van het naziregime. Deze steen bevindt zich aan de Vissegatstraat 38, het adres waar Albert Bielen woonde .
Het verhaal van Albert Bielen is een tragisch voorbeeld van de vele offers die werden gebracht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn naam wordt herinnerd als symbool van moed en opoffering in de strijd tegen onderdrukking.
In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde.

De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout.


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.
