Archeologische site: Opgraving in de kelders onder de hal van het stadhuis van Sint-Truiden (projectcode 2008/278)

Archeologische site: Opgraving in de kelders onder de hal van het stadhuis van Sint-Truiden (projectcode 2008/278)

Naar aanleiding van verbouwingswerken aan het oude stadhuis te Sint-Truiden voerde ARON bvba in opdracht van de stad Sint-Truiden een archeologische opgraving uit in de kelders onder de hal van het stadhuis. Deze kelders, die omstreeks het einde van de 19de eeuw of het begin van de 20ste eeuw met bouwpuin waren volgestort, zouden in kader van deze verbouwingswerken immers opnieuw in gebruik genomen worden.

Het archeologisch onderzoek leverde in totaal 63 archeologische sporen op. De sporen omvatten drie oventjes, een gracht, een greppel, een 24-tal (paal)kuilen, een waterput en twee bakstenen putjes.

Verspreid over de sporen werden in totaal 810 archeologische vondsten aangetroffen. De grootste groep wordt gevormd door het organisch materiaal met het dierlijk bot (319 stuks) voorop, gevolgd door het aardewerk (293 stuks), de fragmenten natuursteen (27 stuks), metaal (9 stuks) en glas (6 stuks).

Ook werden 21 slakken ingezameld evenals meerdere fragmenten kalkmortel, verbrande leem en baksteen.

Foto 1: Eén van de drie aangetroffen ovens, waarvan slechts twee rijen baksteen bewaard zijn gebleven.

Foto 2 : Eén van de twee rechthoekige baksten putjes die aangetroffen werden. De functie is niet gekend. 

Foto 3: zicht op de belforttoren.

Een aantal van de aangetroffen sporen kunnen vóór de bouw van de hal (1366) gedateerd worden. Hieronder bevinden zich de greppel en gracht die mogelijk met de “Zouw” in verband gebracht kunnen worden. De Zouw is een gracht die oorspronkelijk de scheiding tussen het abtelijk en prins-bisschoppelijk domein vormde.

Enkele sporen leverden vondsten op die gedateerd kunnen worden in de vroege en volle Middeleeuwen (periode vanaf 850 n. Chr.).

Afbeelding met Snack, voedsel, Fastfood\Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Foto 5: Fragmenten van een pot uit roodbeschilderd aardewerk met radstempelversiering (850 – 950 na Chr.)

Foto 6: Spinklosje uit aardewerk (5de - 15de eeuw)

De drie aangetroffen ovens lijken van een iets latere datum te zijn: het aardewerk dat met deze ovens gerelateerd kan worden dateert namelijk ten vroegste van in de 13de - 14de eeuw n. Chr.

Andere sporen kunnen in verband gebracht worden met de inrichting van de ruimtes als kelder. Bijvoorbeeld de aangetroffen kolenlaag, de bakstenen putjes, de dwarse keldermuren, de bakstenen muur en de bakstenen constructie.

Wanneer deze kelders werden ingericht is niet geheel duidelijk. Aan de hand van de gebruikte bouwmaterialen (baksteen en mergel) lijken de keldermuren te dateren uit de 17de of de 18de eeuw. Tijdens deze periode werden meerdere ingrijpende aanpassings- en renovatiewerken aan het stadhuis uitgevoerd.

Ter hoogte van het stadhuis is het grondniveau in het verleden opgehoogd geweest, waardoor het vroeg- en volle middeleeuwse archeologisch erfgoed op deze locatie zo goed bewaard is gebleven.

 

ONTDEKKING VAN DE DAG

De Melsterbeek vloeit richting Schelde

In het bekken van de Melsterbeek volgen de beken eerst zuid-noord het dalend reliëf van ca. 100 naar 35 meter boven zeespiegel. Net noordelijk van het stadscentrum van Sint-Truiden buigt de Melsterbeek zelf naar het noordwesten en ontvangt de Cicindria in Melveren en de Molenbeek in Runkelen. Ze loopt dan een tijdje zij-aan-zij met de Gete en vloeit samen bij Donk. Via Demer, Dijle en Rupel gaat het richting Schelde. 

De (herlegde) Melsterbeek bij Ordingen


De naam ‘Melster’ komt waarschijnlijk van het woord malter of mout, maar in de lokale volksmond is het gewoon ‘molenbeek’ als grootste waterloop. Ze ontspringt in Heiselt bij Jeuk, vlakbij de taalgrens. Ze is 33 kilometer lang. Waterlopen schuren beekvalleien uit en de kleilagen onder de ijstijdleem in Vochtig Haspengouw doen talrijke bronnetjes dagzomen. Langs de oevers van de Melsterbeek groeide een ketting van dorpen met omgrachte kastelen en zelfs abdijen in Nonnemielen en Terbeek. Haar stroomkracht deed graanwatermolens draaien. In Sint-Truiden zijn dat de dorpen Aalst, Brustem, Ordingen, Zepperen, Melveren, Metsteren en Runkelen.

Modern bekenbeheer bij Ordingen door Land&Water

De beken kennen in deze streek een vrij hoog verval met piekdebieten. Voor de waterbeheersing waren wachtbekkens nodig, o.m. voor de Melsterbeek in Aalst, Ordingen en Bernissem. De natte gronden in de beekvalleien waren in de 19de-20ste eeuw met waterzuchtige Canadapopulieren beplant, nuttig voor klompen, minder duurzaam timmerwerk en kisthout. 

Wachtbekken 'De Wiel' in Aalst-bij-Sint-Truiden


Tussen Sint-Truiden en Zepperen werd in 1879 een stevige bakstenen brug geslagen. Enkel de sluitsteen bleef bewaard 'COART B(ourgemestre) ZEPPEREN 1876'


Een vistelling in 2012 bij Metsteren leverde volgende soorten op: driedoorn stekelbaars, tiendoorn, riviergrondel, bermpje en blauwband. De molenwatervallen zijn wel een drempel voor hun migratie voor paai, rust en voedselgaring, onderzoek Stef Cools.


Lees: Pierre DIRIKEN, ‘Water in Haspengouw’, (Geogidsen), Sint-Truiden: De Blauwe Vogel, 1985; ID., ‘Het Haspengouws landschap in evolutie’, (Haspengouwse monografieën, 2), Kortessem: Georeto, 2013. \nKijk: http://www.land-en-water.be. Wateringen van Sint-Truiden.\n

De intussen verdwenen watermolen bij het kasteel van Ordingen. De wapensteen met commandeurswapen uit 1740 in de gevel werd ingemetseld in het kasteel