Het spookHet eerste wat op het programma van de bezetter stond was de uitbouw van een ‘echt’ vliegveld op het voormalig Belgisch ‘grasveldje’ van Brustem. Daar werden drie verharde pistes aangelegd en verschenen er bunkers en loodsen. Het onooglijk en onbelangrijk uitwijkvliegveldje van voorheen werd aldus Fliegerhorst 309; op kaarten en mappen aangeduid als ‘St.Trond’. Het hoofdkwartier van deze heuse basis bevond zich in het kasteel van Rochendaal; en naast dit kasteel verrees het Fliegerdorf Bevingen ( nu asielcentrum ). In juni 1940 was Fliegerhorst 309 operationeel, en kon het Stuka’s ( duikbommenwerpers ) naar het front in Frankrijk zenden. Na de capitulatie van dat land, kwam Engeland aan de beurt en de Luftwaffe ( ook de tweemotorige Duitse Dorniertoestellen van Brustem... ) zou daar ook snel korte metten mee maken... De Engelse Royal Air Force ( RAF ) bleek echter taaier dan verwacht en... won de ‘Slag om Engeland’. Meer nog: De RAF had Berlijn gebombardeerd. Het psychologisch effect daarvan was enorm: Het werd voor de bezetter zo stilaan tijd om de bestemming van St. Trond of Fliegerhorst 309 te herdenken van ‘aanvalsbasis’ tot ‘defensief fort’ tegen de toenemende Britse nachtelijke aanvallen op Duitsland. In mei 1942 bleek die omschakeling nog dringender, toen meer dan duizend Engelse toestellen een luchtaanval uitvoerden op Keulen. Vanaf dat jaar wordt St.Trond een hoogst belangrijke thuishaven voor Duitse nachtjager-eenheden, ‘Nachtjagdgeschwäder’, die de taak krijgen om de Engelse bommenwerpereskaders te onderscheppen alvorens deze de heimat kunnen bereiken.
\
En het is vanaf dat jaar 1942 dat het begint te spoken boven Sint – Truiden...
\

\\\\\\\\\\\
Ook op de begane grond beschikken de Duitsers over radarinstallaties. Het hele radarsysteem heet ‘Himmelbett’ (!) en het vormt een afweerlinie van Denemarken tot aan de Zwitserse grens.
\
‘Himmelbett’ kan niet alleen vijandelijke doelen detecteren en opvolgen, het kan ook zoeklichten ( ten behoeve van de luchtafweer, de ‘Flak’ ) en jachtvliegtuigen aansturen. Heel vervelend voor de RAF, die de Duitse radar wil beduvelen door wolken metalen strips ( hét verzamelitem voor de kwajongens ) te droppen; of die in vrij gesloten formaties ( ‘Bomber Stream’ ) komt aanvliegen.
\
Maar dé oplossing om dat ‘Himmelbett’ en de Duitse nachtjacht te ontwrichten, is het inzetten van een ‘Cavalier Seul’, een ‘Pathfinder’, die alleen opereert en de Duitse afweer wat komt ‘ambeteren’ vooraleer zijn maten, de Lancaster-bommenwerpers, er aankomen.
\
Het zijn vaak dappere Poolse piloten, die vooruit worden gestuurd in een erg donker geverfde Spitfire of in een inktzwarte Mosquito ( een ultrasnel tweemotorig toestel ). Die donkere kleur maakt het vliegtuig ’s nachts quasi onzichtbaar, je hoort het maar je ziet het niet, het is... een spook als het ware, weerom een spook... hét spook van Brustem.

\\\\\\\\\\\\\\\
Het spook ronkt boven St.Trond vliegveld, en ‘Himmelbett’ en konsoorten schieten nu terdege in actie. Zoeklichten floepen aan, de lichten omheen de startbanen eveneens ( want de Duitse jagers moeten toch kunnen opstijgen... ); kortom ‘Fliegerhorst 309’ wordt op een eclatant dienblad gepresenteerd aan de nu aankomende en gretige zware jongens, de bommenwerpers... als het Spook al niet op z’n eentje aan de karwei begonnen is.
Aldous Huxley.
Hij durfde ooit te schrijven over ons, Truienaren: Sommigen maken laken, sommigen suiker. Enkelen hebben cultuur, de rest helemaal niet!
Als bewijs van het tegendeel hangt aan een gevel op de Grote Markt sinds 1968 zijn naam in bronzen letters: Aldous Huxley.
Een aardige Belgische.
Huxley was een telg uit een Brits geslacht van beroemde en bijzonder knappe koppen. Hij studeerde letterkunde in Eton en Oxford. Op een feestje met Kerst 1915 in Engeland viel hem de frèle Maria Nijs op, een Belgische oorlogsvluchtelinge met grote, groenblauwe ogen. Ik heb tenslotte ook een aardige Belgische ontdekt, de wonderen zijn de wereld nog niet uit, meende de slungelachtige, bijziende romanschrijver. Maria’s vader was een Kortrijkse textielbaron, maar moeder Marguerite Baltus stamde uit Sint-Truiden. De rijke koopmansfamilie Baltus woonde in het huis In de Roos op de Grote Markt. Van het een kwam het ander en na de Grote Oorlog trouwde Aldous met Maria. Rond die tijd verbleef de Brit bij oom Baltus in Sint-Truiden.
De inspiratie voor zijn novelle Uncle Spencer uit 1924 deed hij toen op. Het verzonnen Longres uit de novelle is Sint-Truiden, afgebeeld als zedig provinciestadje met een aardige burgerij. Ons interesseren natuurlijk de herkenningspunten : de onontkoombare beiaarddeuntjes, het stille begijnhof, het stadhuis in zachtgele pleister, de kermisattracties met de Dikke Madam die haar gezicht kon wassen met haar tiekes… De diervriendelijke Duitse bezetter beboette iedereen die nog varkens aan oren en staart over de zaterdagmarkt sleurde. Geen enkele verordening zat de boeren meer dwars dan deze.
Een citaat in de originele taal, waarin Huxley beschrijft hoe de Truienaren weerwraak namen op de arme biggen na het vertrek van de Duitsers eind november 1918: The first Saturday after the departure of the German troops was a bad morning fort he pigs. To carry a pig by the tail was an outward and visible symbol of revovered liberty; and the squeals of the porkers mingled with the cheers of the population and the trills and clashing harmonies of the bells awakened by the carilloneur from their four years’ silence. By ten o’clock the market was over.

Globetrotter Huxley werd in 1932 wereldberoemd door zijn bittere toekomstroman Brave New World en in 1954 met The Doors of Perception, een verslag van zijn experimenten met de druk mescaline. Maria stierf in 1955 en Aldous in 1963 te Los Angeles, net op de dag waarop president Kennedy werd vermoord.

Huxley-vorser
Leraar Roger Collart (+1996) was wel de hardnekkigste Huxley-vorser in onze stad. Zijn vaak gevraagde vertaling van Uncle Spencer wacht nog altijd op een uitgever! Ook Louis Sterken, Guido Wulms, Frank Decat, Danny Gennez en Jean-Pierre Rondas schreven over Aldous in Sint-Truiden. Huxley houdt de aandacht levend: in Munster (D.) is een heus studiecentrum gehuisvest. De Antwerpse sensatiejournalist en latere crimi-auteur Stan Lauryssens bracht een boek uit over Maria Nijs en haar stormachtige liefdesleven.