Bergen Jos Weerstander
stolperstein naamse steenweg 32

Jos Bergen kende weinig geluk in zijn jeugd. Toen hij zeven jaar oud was, kwam zijn vader om het leven bij een ongeval in de koolmijn van Waterschei (1929). Zijn moeder bleef achter met negen kinderen, maar ook zij overleed vroeg: in 1936 waren de kinderen volledig wees.
Jos was een ijverige leerling. Toen de oorlog uitbrak en de weerstand zich organiseerde, sloot hij zich meteen aan bij de toen al bestaande verzetsgroepen, waaronder de Churchill Club en de N.K.B.
Na de arrestatie van Jaak De Jongh en Jos Franco vluchtte hij naar Frankrijk, omdat hij zich in België niet langer veilig voelde. Af en toe stuurde hij nog berichten, tot op 20 maart 1944 plots een laatste brief aankwam. Daarin meldde hij dat hij de volgende dag zou worden geëxecuteerd.
Die laatste woorden getuigen van karaktervastheid, moed en een diepe liefde voor hogere waarden — kenmerken die zijn edele persoonlijkheid typeerden.
Later werd bekend dat Jos, als maquisard in uniform en onder de wapens, gevangen werd genomen aan de Frans-Belgische grens.
Jos Bergen werd geboren op 4 juni 1922 en verbleef bij familie aan de Naamsesteenweg 145/D.
Clement Cartuyvels was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek.

De bank Cartuyvels:

Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na.
