Gérard, Isidore Joseph, architect

Lobbes 22.12.1819  Hasselt 03.11.1881  Pauline Finoelst 

Zoon van handelaar Nicolas en Marie Françoise Josephine Haekl . Als medewerker Gentse architect Roelandt betrokken bij bouw klooster Zusters van Liefde, Klein Seminarie en neogotische toren hoofdkerk. Sinds 1841 te Sint-Truiden. 

Restauraties o.a. stadhuis Zoutleeuw 1846-1860 en kerken Tienen, Zoutleeuw en Zepperen . Nieuwbouw o.a. casino 1861, gemeentehuizen Ordingen 1864 en Kerkom 1868, kastelen van Groot-Gelmen 1861 en Nieuwenhoven 1863, kerken van Aalst  1855, Ordingen  1858 en Groot-Gelmen  1878. 

Ook kloosters, pastorieën, scholen, hospitalen, boerderijen, bruggen, chalets, orangerieën, serres, brouwerijen, stokerijen, rijscholen, watermolens, stoommolens, alcohol- en suikerfabrieken. Neogotische brug kasteel Nieuwenhoven met fabeldieren. Tekende meubelontwerpen voor de beeldsnijdersfirma Janssen Sint-Truiden. o.a. voor kerk Ordingen 1858-1860. Kandidaat brandweerbevelhebber Sint-Truiden 1861. Sinds 1862 eerste stadsarchitect en leraar tekenacademie te Hasselt, waar hij het Atheneum ontwierp 1865. Bampslaan Hasselt. 

Lid provinciaal comité monumenten 1861 en comité openbare gezondheid. Lid Centrale maatschappij voor architectuur. Tekenaar bij opgravingen tumulus Vorsen. Marmerbewerkingsbedrijfje Nieuwe Steenweg Sint-Truiden. Zoon Arthur steenkapper Hasselt. Gesigneerde grafmonumenten Bertrand 1850, Mellaerts en Portmans in troubadoursgotiek op kerkhof Sint-Truiden. Monument Tits 1852 op kerkhof Aalst. Signeersteen Casino Sint-Truiden. verdwenen bij afbraak 1959. Begraven tekst in tumulus Vorsen 1863.

Publ.: Découverte de peintures murales dans l’église du Béguinage à Saint-Trond, in Revue d’histoire et d’archéologie, 3, 1862, p. 187-196; met J. REINARTZ, Statues de la Vierge et de Ste-Anne de l’église St.-Martin, in Publications de la Société historique et archeologique dans le Limbourg, 14, 1878, p. CLXXIII-CLXXVII; Notice historique sur l’ancienne paroisse de Guvelingen sous St.-Trond, in Bulletin de la section littéraire de la Sociéte des mélophiles de Hasselt, 1, Hasselt, 1864, p; 45-58.
Lit.: JORISSEN; Willem DRIESEN, Het beeldhouwersatelier van Cornelis Janssen in Sint-Truiden (tweede helft 19de eeuw), in Neogotiek in België, Tielt: Lannoo, 1994, p. 136-137; Franz AUMANN, in ST19DE, p. 296; Christine VANTHILLO, Nederlandse neogotici in Sint-Truiden, in ST19DE, p. 176-190.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Expo 1907

De ‘Expositie’

De ‘Expositie’ in 1907 was hét supermoment voor Sint-Truiden. Sinds 1860 had het de eerste plaats in Limburg moeten afgeven aan Hasselt. Maar de provinciegouverneur kwam uit Sint-Truiden en een ambitieus team wilde hier de Luikse tentoonstelling van 1905 overdoen. 




In 1907 volgde Sint-Truiden het Luikse voorbeeld van 1905 en hield een provinciale tentoonstelling op een lange strook van de braakterreinen bij het spoorwegstation tot en met het stadspark. Een brug leidde de bezoekers over de Diestersteenweg. De volkswijk De Hel had plaats gemaakt voor het ‘klein stadspark’. Bij de paviljoenen vielen vooral het Paleis de Mijnen en het bouwsel van de steenkoolmijnen van Dahlbush op. De steengroeven van de Ourthe lieten een gedenkzuil oprichten en de oude Parkschool herbergde veilig de tentoonstelling van Oude Kunst.

Een stadsgenoot, baron Henri de Pitteurs-Hiegaerts was sinds 1894 provinciegouverneur en in augustus 1901 werd in Limburg steenkool ontdekt, waar dezelfde familie belangen had. Dokterszoon en bankier Leon Debruyn nam het voortouw. Zijn zwager was notaris Nagels. Ook de ondernemers Baltus, koloniale waren, en Claes-Lekens, bouwpromotor, waren ambitieus. Het organisatiecomité bood een model arbeiderswoning aan het Bureel van Weldadigheid (OCMW), die nog steeds bestaat in de Spoorwegstraat.




Op 28 juli 1907 kon de breedgebaarde, al oudere koning Leopold II met zijn dochter prinses Clémentine vanop de tribune de trekpaarden van Clément Peten uit Velm bewonderen. Ook prins Albert bezocht de tentoonstelling. Op 22 december was het hoogfeest van de belle époque en van de durvende ondernemers in Sint-Truiden voorbij. Meer dan een half miljoen bezoekers en ‘speelreizigers’ – de toenmalige benaming voor toeristen - bezochten expo en stad. De bebouwing in de al geplande nieuwe stationswijk kon starten. Van de expo restte later enkel nog de prestigieuze Prins-Albertlaan en de Expositiestraat, in 1930 vervangen door ‘Astrid’straat. Een gedenksteen staat ingemetseld in een hekpaviljoen van het stadspark. 

Van deze ‘wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar bleven talrijke prentbriefkaarten en een pas in 1910 rijkelijk uitgegeven ‘Guldenboek’ bewaard. Uitzonderlijk ook persoonlijke toegangskaarten met portretfoto.


Gedenksteen als herinnering aan de Expo, gemetseld in één van de ingangspaviljoentjes van het stadspark



Kathleen DIGNEF, De provinciale tentoonstelling van 1907 te Sint-Truiden: de ‘Wereldtentoonstelling’ voor de Truienaar, in: Historische bijdragen over Sint-Truiden en omgeving, Sint-Truiden: GOKSint-Truiden. 2006, p. 115-126.