Guilaume Jenne Weerstander

Guillaume Eugeen Jenne (1908–1945) Weerstander



Stolperstein Slachthuistraat 11 Sin-Truiden

Guillaume Eugeen Jenne werd op 20 juni 1908 geboren in Sint‑Truiden. Hij was gehuwd met Maria Nicolay en woonde met haar en hun zoontje Roland in de Slachthuisstraat 11. Als beroepsmilitair bij het 18de Artillerieregiment nam hij deel aan de veldtocht van mei 1940. Na zijn terugkeer sloot hij zich onmiddellijk aan bij het verzet, onder meer via de N.K.B. en de A.S., tot hij op 25 mei 1943 werd gearresteerd.

Na zijn arrestatie werd hij naar Fort Breendonk overgebracht, een door de SS bestuurd Auffanglager, berucht om systematische mishandeling, dwangarbeid, foltering en executies. Breendonk was tijdens de Duitse bezetting een van de zwaarste kampen in België: in totaal zaten er 3.590 gevangenen opgesloten, van wie minstens 303 in het kamp zelf omkwamen, en nog eens 1.741 in andere kampen waarheen zij later werden gedeporteerd. [en.wikipedia.org]

Daarna volgden transporten naar o.a. Essen, Esterwegen, Börgermoor, Gross‑Strelitz en Laband, kampen die deel uitmaakten van het bredere netwerk van dwangarbeids- en strafkampen. Kampen zoals Esterwegen waren vroege concentratiekampen in het Emslandgebied, opgericht in 1933, waar politieke gevangenen onder extreem zware omstandigheden dwangarbeid verrichtten in moerassen en ontginningsgebieden; mishandeling en ondervoeding waren wijdverspreid. [gedenkstae...erwegen.de], [encycloped....ushmm.org]

De omstandigheden in deze kampen waren onmenselijk. Dwangarbeid tot 10–12 uur per dag, fysieke foltering en minimale rantsoenen waren er standaard. Gevangenen werden vaak naar nieuwe locaties overgebracht wanneer kampen overvol raakten, zoals bij de verplaatsing van ‘Nacht-und-Nebel’-gevangenen vanuit Esterwegen naar andere strafkampen. [gedenkstae...erwegen.de]

Na de bevrijding van deze kampzones door de geallieerden werd Jenne uiteindelijk naar Thionville overgebracht, maar hij was lichamelijk volledig uitgeput. De streek rond Thionville werd in september 1944 bevrijd door onderdelen van de Amerikaanse 90ste Infanteriedivisie en bleef nadien een belangrijk medisch opvangpunt voor slachtoffers van de gevechten en bevrijde gevangenen. [wikithionville.fr]

Omdat zijn gezondheid zwaar was aangetast door jarenlange ontbering kon hij niet verder reizen. In een lokaal ziekenhuis, verzorgd door geestelijken van de parochie, overleed hij op 15 mei 1945, rond vier uur in de namiddag — nog geen week na de officiële Duitse capitulatie in Europa (8 mei 1945).

Zijn leven is een getuigenis van de moed van duizenden verzetsleden en politieke gevangenen die door het naziregime werden vervolgd. Zijn dood, in de schaduw van de bevrijding, herinnert ons aan de lange nasleep van geweld die zelfs na het beëindigen van de oorlog duizenden levens bleef opeisen.


Voetnoten

  1. Over de geschiedenis en functie van Fort Breendonk als Auffanglager, inclusief cijfers over gevangenen en doden: Wikipedia-artikel Fort Breendonk. [en.wikipedia.org]
  2. Over de Emslandkampen (Esterwegen, Börgermoor e.a.) als vroege concentratie- en strafkampen: Gedenkstätte Esterwegen (historische documentatie). [gedenkstae...erwegen.de]
  3. Over de positie van Esterwegen binnen het vroegnazistische kampensysteem: Esterwegen Concentration Camp — Holocaust Encyclopedia. [encycloped....ushmm.org]
  4. Over de bevrijding van Thionville en militair-medische context in 1944–45: Wikithionville – Libération de Thionville. [wikithionville.fr]

ONTDEKKING VAN DE DAG

Een marmeren buste voor de oud-burgemeester

Clement Cartuyvels  was de zoon van een zeepfabrikant op de Grote Markt en neefje van burgemeester Guillaume Vanvinckenroy . Hij droeg zelf de sjerp tussen 1899 en 1921. Op zijn CV lezen we: advocaat, bankier, provincieraadslid, gedeputeerde, vrederechter, gemeenteraadslid, volksvertegenwoordiger, senator, voorzitter Sint-Vincentiusgenootschap, derdeordeling en katholiek. Hij maakte de Belle Epoque in zijn stad mee: vernederlandsing van het bestuur, aanleg tramlijnen, riolering, waterleiding, bouw slachthuis, provinciale 'expositie' in 1907. Maar Clément moest ook de schok van de Duitse inval meemaken. Zijn zoon Paul, majoor van de Burgerwacht, verdween een jaar in Duitse kampen en hijzelf werd het laatste jaar van de oorlog uit zijn ambt ontheven. Clément woonde in de Capucijnenstraat in een herenhuis, later omgebouwd tot Sint-Annakliniek. 



De bank Cartuyvels:



Clément stierf op zijn kasteeltje in Verlaine en kreeg, behalve een straatnaam (de vroegere Capucijnen- en Coemansstraat) in 1921, ook een marmeren borstbeeld. Toen zijn zoon notaris Paul Cartuyvels  in 1927 zelf burgemeester werd, kreeg hij van zijn makkers oud-burgerwachten een ontwerptekening voor een borstbeeld van zijn papa cadeau. De ontwerper was niemand minder van Victor de Haen uit het Brusselse, die ook de wedstrijd had gewonnen voor het monument voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog op Sint-Marten. Op kosten van het stadsbestuur werd de buste in marmer uitgevoerd en prijkte voortaan in het stadhuis. Momenteel in erfgoeddepot bij de Zusters Ursulinen. Vermits het beeld postuum werd getekend, herken je duidelijk de pose op het bidprentje van Clément Cartuyvels. Op zijn linkerschouder liet de beeldhouwer van het witte marmer zijn naam in sierlijke letters na. 







Lees: 
Wie was wie in Sint-Truiden?, Sint-Truiden: Stedelijke openbare bibliotheek, 2011, p. 39 en 43-45.