Stolperstein Diesterstraat 27

Georges Frans Koekelbergh werd geboren op 6 april 1914 in Duras. Hij werkte als beenhouwer en woonde in de Diesterstestraat 47. Hij stond bekend als opgewekt, vrijgevig en geliefd bij iedereen die hem kende. Tijdens de oorlogsjaren was zijn kameraadschap van grote betekenis: medegevangenen herinnerden hoe hij zijn schaarse maaltijden deelde met anderen die nog zwaarder leden dan hijzelf.
Na zijn arrestatie kwam hij eerst in Fort Breendonk, een door de SS bestuurd opvang‑ en doorgangskamp waar gevangenen werden geconfronteerd met systematische dwangarbeid, foltering en executies. Vervolgens werd hij overgebracht naar Esterwegen, Gross‑Strelitz, Laband en uiteindelijk naar Buchenwald, dat in de getuigenissen bekendstond als een van de meest meedogenloze kampen binnen het nazistische kampensysteem.
Na de Duitse capitulatie van 8 mei 1945 leek eindelijk vrijheid in zicht. Georges hoopte spoedig naar huis terug te keren, naar zijn ouders, broers, zussen en verloofde. Maar de jarenlange ondervoeding, mishandeling en uitputting hadden zijn lichaam onherstelbaar beschadigd. Op 7 juni 1945 overleed hij — ver van huis — in Theresienstadt, enkele weken na de bevrijding.
Zijn verhaal belichaamt de lotgevallen van duizenden gedeporteerden: een leven gebroken door vervolging, maar herinnerd in dankbaarheid door zijn medegevangenen.
In de oudheid werden in oorlog of jacht veroverde trofeeën aan een stok opgehangen. Dit motief ging een eigen leven leiden als allegorische decoratie. Kalksnijders modelleerden in het nog vochtige stucwerk voorwerpen tussen bloemenslingers aan linten opgehangen.
In het stadhuis op de Grote Markt op het 'schoon verdiep' zijn in de hoge vestibule de vier kunsten en twee speciale thema's uitgewerkt, de zeevaart en het landleven. Die laatste werken dateren waarschijnlijk uit de Hollandse periode (1815-1830) onder burgemeester J.A.N. Van den Berck. Scheepvaart en de Nederlandse vertaling van Vergilius wijzen daarop.
