
Stolperstein Tiensestraat 5 Sint-Truiden
Lucien Ferdinand Beckers werd op 14 december 1920 in Sint‑Truiden geboren. Hij werkte als telegrafist en woonde bij zijn ouders in de Tiensechtraat 5. Geïnspireerd door zijn vader — een veteraan uit de Eerste Wereldoorlog — was Lucien sterk patriottisch en behoorde hij tot de vroegste leden van het verzet in Sint‑Truiden. Hij werd gearresteerd op 25 mei 1943.
Hij werd opgesloten in Fort Breendonk, een kamp dat tijdens de bezetting berucht stond om brutale dwangarbeid, folteringen, vernederingen en executies. Daarna volgden deportaties langs meerdere kampen, waaronder Esterwegen, Gross‑Strelitz, Laband en uiteindelijk Blechhammer, waar gevangenen vaak onder extreme ontberingen werkten in industriecomplexen die tot de zwaarste binnen het kampensysteem behoorden.
Vanaf zijn overbrenging naar Blechhammer ontbreekt elk spoor. Kameraden uit het verzet verloren hem uit het oog en na de oorlog bleef hij officieel vermist. Ondanks geruchten is nooit betrouwbare informatie over zijn lot boven water gekomen.
Zijn naam leeft voort als die van een jonge verzetsman, verdwenen in de duisternis van het naziterreurapparaat, maar blijvend herdacht als held en martelaar.
Eén van de mooiste zalen in het land. De academiezaal van het Klein-Seminarie onderlijnt de betekenis van deze instelling als het intellectueel centrum van Limburg vanaf 1843 tot na de Tweede Wereldoorlog. Daarbij was vooral na de lessen aandacht voor Nederlandse letterkunde.
De Gentse stadsarchitect Louis Roelandt was door de test
aangezocht om hun hospitaal voor geesteszieke vrouwen te bouwen. Hij ontwierp ook samen met zijn leerling Isidore Gerard de neogotische toren van de hoofdkerk.

Door de scheiding van de beide Limburgen in 1839 moest het Klein-Seminarie van het bisdom Luik verhuizen van Rolduc, nu Nederlands gebied, naar de vroegere abdijsite in Sint-Truiden. Bisschop Van Bommel besefte het belang van dit opleidingscentrum. Bij het enorme complex in de binnenstad was ook een a salle de rhétorique voorzien voor de seminaristen. Het werd tussen 1845 en 1852 een achthoekige centraalbouw met korinthische gegleufde zuilen onder een bijzonder rijkelijk uitgewerkte stucwerkzoldering

. De amfitheatervorm zorgt voor een intimistische verbondenheid van publiek met acteurs op de parterre en een goede akoestiek.
In 1845 was in de zaal het taalgenootschap Utile Dulci actief dat het Nederlands beoefende. Ook een Franstalige tegenhanger, de Société de littérature française, kortweg de Academie, was er bedrijvig. De Vlaamse ontvoogdingsstrijd zorgde af en toe voor wrijvingen, maar uiteindelijk liep toch iedereen in de pas.
Bij de start van de restauratie in 1986 door Herman Vanmeer in opdracht van erfpachthouder stad Sint-Truiden werd vooral de stabiliteit van de zaal hersteld en teruggegrepen naar de oorspronkelijke uitvoering van de "gradins" en de toneelscène. Voor het zitcomfort werd één rij verwijderd, wat het aantal zitplaatsen op 290 vastlegt, eventueel uitbreidbaar. De moderne lichtarmaturen zijn een ontwerp van Herman Blondeel. Een moderne foyer met technische ruimten werd aan de kant van het kerkveld toegevoegd.
Momenteel gebeuren in de akoestisch geschikte Academiezaal regelmatig muziekopnames en is een klassiek programma van internationaal niveau kamermuziek, kamerorkest en muziektheater uitgewerkt in het kader van de werking van cultuurcentrum de Bogaard.