Stolperstein Gasthuistraat 37 Sint-truiden

Herman Henri Lambillotte werd geboren op 18 november 1919 in Sint‑Truiden en woonde in de Gasthuisstraat 37. Hij vervulde zijn militaire dienstplicht en nam deel aan de mobilisatie en veldtocht van mei 1940. Zijn verantwoordelijkheidszin en vaderlandsliefde brachten hem nadien in het verzet, waar hij bekend stond als toegewijd, ernstig en plichtsbewust.
In mei 1943 werd hij verraden en gearresteerd. Daarmee begon een lijdensweg die hem voerde langs Fort Breendonk — een kamp berucht om systematische mishandeling, foltering en dodelijke dwangarbeid — en vervolgens naar Esterwegen, Gross‑Strelitz en Gross‑Rosen. Daar verloor men zijn spoor. Het laatste officiële bericht vermeldt enkel zijn registratienummer (82215) en zijn vermelding op een lijst van teruggekeerde politieke gevangenen uit een transport tussen Gross‑Rosen en Dora.
Wat er met hem gebeurde tijdens deze laatste transporten is nooit opgehelderd. Herman werd nooit teruggevonden en blijft officieel vermist.
Hij wordt herinnerd als een verzetsman die trouw bleef aan zijn overtuigingen, zelfs onder de meest onmenselijke omstandigheden.
Vaux sous Chèvremont (L.) 21.09.1885 – 22.07.1958 , x Gertrude Schaps
Jean Joseph Brialmont, zoon van Emile en Josephine Dumont, was van beroep ijzergieter. In 1912 huwde hij in Immersdorf (Duitsland). Twee jaar later, in 1914, kwam hij vanuit Ougrée naar Sint-Truiden, waar hij zich vestigde in de oude stroopfabriek.
Samen met Joseph Beauduin bouwde Brialmont een veelzijdig bedrijf uit. Aanvankelijk hield de onderneming zich bezig met de verkoop en herstelling van machines voor de nijverheid en de landbouw. Er werden onder meer ketels voor gemeentelijke soepkeukens en stroopstokerijen, persen en machines voor het verwerken van vlees en groenten vervaardigd en hersteld.
De ijzergieterij groeide uit tot een belangrijke producent van gietijzeren onderdelen. Er werden onderdelen gegoten voor treinen en schepen, maar ook voor dieselmotoren, boormachines en draaibanken. Daarnaast maakte het bedrijf grafkruisen en hield het zich bezig met staalconstructies, drijfriemen, brandkasten, ketels en de verkoop van olie en vetten.
De onderneming kreeg de naam N.V. Fonderies et Ateliers Emile Brialmont en leverde haar producten tot ver buiten de streek, zelfs internationaal. De economische crisis van het interbellum dwong het bedrijf echter om zijn activiteiten aan te passen. Brialmont legde zich steeds meer toe op de productie van robuuste, gebrevetteerde kachels. De zogenaamde ‘Brialmont’-kachel, uitgerust met acht luchtcirculaties, vond onder meer haar weg naar scholen, kerken en fabrieken. Ook het kacheltype ‘Belgische Staat’ werd geproduceerd.
Op zijn hoogtepunt stelde het bedrijf ongeveer 140 mensen tewerk. De onderneming speelde daarmee een belangrijke rol in de lokale industriële ontwikkeling van Sint-Truiden.
Emile Brialmont was de schoonvader van Albert Vanslype. Zijn zonen Albert Brialmont-Palms (1917-1986), burgerlijk ingenieur, en Gerard Brialmont (1921-1999) zetten de activiteiten later voort. Vanaf 1968 legden zij zich, samen met overnemer Dassel uit Duitsland, toe op het gieten van stoven en allerlei sier- en gebruikselementen. Tot het assortiment behoorden onder meer haardplaten, haardijzers, poorten, hekken, lantaarnpalen, brievenbussen, sierkanonnen en gietijzeren grafkruisen. Voor het vervaardigen van bepaalde gietstukken werden zelfs oude houten karrenwielen opgekocht en als model gebruikt.
Het voormalige bedrijfsterrein op Stayerveld kreeg uiteindelijk een nieuwe bestemming. In 1986 werd het verkocht aan de sociale huisvestingsmaatschappij Nieuw Sint-Truiden.
De aanwezigheid van de onderneming is op historische foto's nog terug te vinden op verschillende plaatsen in Sint-Truiden, onder meer in de Gazometerstraat (ca. 1918), de Houtstraat (ca. 1933) en aan Tramstraat 1 (ca. 1938).