HAD ZIJN BUREAU LANGS DE
\
Prins Albertlaan 48 – 3800 St Truiden
\
Willy 'Hirschfeld" de feldgendarm maakte deel uit van de nazi feldgendarmerie.
\
Zijn Bureau was langs de Pr Albertlaan in St Truiden.
\
Was de drijfveer achter de nazi razzia van 25 mei 1943 en zorgde voor het transport naar het fort van Breendonk.
\
Hij werd ook verdacht van Zepperen iemand doodgeschoten te hebben, waar er na de oorlog een wedersamenstelling heeft plaats gevonden.
\
Hij werd na de oorlog vrijgesproken omdat hij volgens het vonnis handelde "in opdracht van ..."
\

\
FELDGENDARMERIE
\
De Feldgendarmerie was de militaire politie van de Duitse Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hun primaire taak was het handhaven van de discipline, orde en veiligheid binnen het leger en in bezette gebieden.
\
De voornaamste taken waren :
\
\
Ze stonden bekend als de "kettinghonden" (Kettenhunde) vanwege de metalen plaat (Gorget) die ze op de borst droegen.
\
Wat betreft de Geheime Feldpolizei (GFP), dit was een aparte dienst binnen de Wehrmacht die zich specifiek bezighield met contraspionage en het opsporen van anti-Duitse elementen.
Millen 28.10.1823 - Morelia (Mex.) 06.11.1865
Molenaarszoon Wintershoven. Priester 1851, jongere broer van pastoor Hendrik Coenegrachts van Wilderen-Duras. Kapelaan hoofdkerk en eerste rector van Sint-Marten 1855, woonde op het huidige Sint-Maartenplein tegen het vroegere kerkhof. Leraar middelbare school. Geesteszorg voor soldaten van nabijgelegen kazerne.
Werd na tussenkomst van Mgr. De Ram, rector Leuven, aalmoezenier van Belgisch expeditiekorps als steun voor Maximiliaan, keizer van Mexico en schoonzoon van Leopold I in 1864. Scheepsreis met ‘Tampico’ van Saint-Nazaire naar Vera Cruz jaarwisseling 1864-1865 met het derde detachement. Nederlaag in Tacambaro 1865.
Richtte met enkele geneesheren militair hospitaal op in Morelia. Bij tyfusepidemie zelf bezweken in huis van notabele. Wegens verdiensten uitzonderlijk begraven in koor van Sint-Antoniuskapel nabij OLV-kerk van Morelia. Kelk geschonken door parochianen van Sint-Marten in 1864 werd in 1866 terugbezorgd aan de Sint-Maartenkerk ST
