Prelude (1806)

Sint-Trudo keert terug

Het is het jaar 1806. In het kasteel van de familie Menten de Horne in Melveren gaat Jean-Arnold Barett (1770-1835), de groot-vicaris van het bisdom Luik, op onderzoek. Hij kijkt na of de menselijke resten die hier ruim een decennium eerder veilig werden opgeborgen werkelijk die van Sint-Trudo en Sint-Eucherius zijn. Het blijkt effectief om de authentieke relieken te gaan. Op 29 september 1806 begeleidt een feestelijke processie de reliekschrijnen terug naar de stad. Gezien de deplorabele toestand van de abdijgebouwen, kregen zij evenwel een nieuw onderkomen in de Onze-Lieve-Vrouwekerk. De bisschop van Luik, Jean-Evang iste Zaepfell (1735-1808), is persoonlijk aanwezig om samen met de stad de terugkeer te vieren.

De herontdekking van de relieken was niet onbeduidend, evenals de groots opgezette processie naar de stad. Dit was namelijk een herhaling van een gelijkaardige evenement uit de twaalfde eeuw, toen abt Wiric (+1180) dezelfde relieken had weten terug te vinden in een grafkelder en ze in een feestelijke optocht had overgebracht naar de abdijkerk. Aansluiting met het verleden was dus verzekerd.  

Deze terugkeer van Sint-Trudo en Sint-Eucherius naar de stad luidde het begin in van een nieuw religieus verbond. De onstuimige periode van de Franse Revolutie met haar radicale afschaffing van alle religieuze instellingen en gebruiken was weliswaar voorbij, maar dat betekende niet dat de stad van alle kommer en kwel verlost was. De Sint-Trudoabdij was altijd de drijvende kracht geweest achter de reliekenverering, maar lag in puin. Bovendien brachten armoede en werkloosheid andere prioriteiten met zich mee in Sint-Truiden.


Gert GIELIS, Het zevende jaar. Processies in de regio Maas-Rijn, Herent, 2010, p. 66.


ONTDEKKING VAN DE DAG

Folcardus, abt ST

 Sint-Truiden 11.05.1145 

Jong ingetreden als monnik. Cellarius en cantor 1108, proost 1112. Ondanks protest van graaf van Duras  tot abt gewijd in Fosse 1138. Restaureerde verder de abdij na Rodulfus o.a. slaapzaal, kapittelzaal en infirmerie. Was in conflict met Arnold van Diest en maakte bezetting mee door Godfried van Brabant in 1140 en 1142. Ontving talrijke schenkingen van lokale burgerij, maar onderging brouwersopstand in 1143-1144. Liet goed in Hakendover  na. Begraven in midden abdijkerk 1145.

Lit.: RECUEIL, p. 14; MONBEL, p. 43-44; KRONIEK2, p. 10-24.