Kappel de zeven lindekes


Kappel de zeven lindekes

Het witte zuilkapelletje (of pijlerkapel) tegenover Terbiest 212 is inderdaad een heel specifiek en lokaal stukje klein religieus erfgoed. Waar grotere bouwwerken in de buurt, zoals de 15e-eeuwse Sint-Joriskapel op het kasteeldomein van Terbiest, uitgebreid gedocumenteerd zijn in de erfgoedarchieven, vallen dit soort bescheiden straatkapellen vaak buiten de grote inventarissen. Toch vertellen ze een belangrijk verhaal over de wijk Melveren en het historische landschap.




Onderschrift bij deze foto

Het Witte Zuilkapelletje aan Terbiest: Stille Getuige langs de Oude Weg

Vlakbij de drukke, moderne infrastructuur van de N718 (de verbindingsweg tussen de N80 en de Hasseltsesteenweg) staat ter hoogte van Terbiest 212 een bescheiden, witgeschilderd zuilkapelletje. Voor de argeloze passant die de weg volgd, valt het bouwwerkje misschien nauwelijks op, maar landschappelijk en historisch gezien is het een ankerpunt in het oude Haspengouwse wegennet.


Typologie: De Pijler- of Zuilkapel

In tegenstelling tot een betreedbare veldkapel (zoals een zaalkerkje) of een boomkapelletje dat aan een stam hangt, spreken we hier over een massieve pijlerkapel (soms ook stakapel genoemd).


De Historische Terbiestweg

Om het kapelletje te begrijpen, moet men de hedendaagse weginfrastructuur even wegdenken. De straat Terbiest was van oudsher een belangrijke, open landelijke verbindingsweg die slingerde door het agrarische achterland van Sint-Truiden, tussen de gronden van het machtige Kasteeldomein van Terbiest (met zijn pachthoeven) en de oude kern van Melveren.


Waar de Sint-Joriskapel diende voor de heer van Terbiest en de kasteelbewoners, was dit witte zuilkapelletje het spirituele rustpunt voor de gewone landbouwer, de pachter of de reiziger te voet. Het was een plek voor een kort schietgebedje voor een goede oogst of bescherming tegen noodweer.


Contrast met de Moderne Tijd

Wat dit kapelletje vandaag zo intrigerend maakt, is het extreme ruimtelijke contrast. Aan de ene kant representeert het de trage, landelijke geschiedenis van de heerlijkheid Terbiest. Aan de andere kant staat het nu vlakbij het asfalt van de N718-verbindingsweg — een symbool van de snelle, 21e-eeuwse ontsluiting van Sint-Truiden. Ondanks de verkavelingen en de aanleg van nieuwe wegen, is dit micro-erfgoed behouden gebleven, vaak dankzij de zorg van buurtbewoners die de nis en de omgeving blijven onderhouden.



ONTDEKKING VAN DE DAG

IJzeren kruisen


Het station van Sint-Truiden, vermoedelijk op 11 augustus 1915. Een jaar na de veldslagen in Orsmaal-Gussenhoven en Halen zakt generaal Moritz von Bissing af naar het voormalige slagveld. Hij deelt er enkele IJzeren Kruisen (de hoogste Duitse onderscheiding) uit aan moedige soldaten.

Von Bissing, zelf een voormalige cavalerieofficier, was sinds december 1914 in functie als gouverneur-generaal december 1914 in functie als gouverneur-generaal van het bezette België. In die hoedanigheid is hij de hoogste Duitse militair van het land en heeft Von Bissing een nagenoeg onbeperkte macht. Von Bissing streeft naar een volledige naoorlogse aanhechting van ons land bij het Duitse rijk, maar hij sterft nog tijdens de oorlog, op 18 april 1917. Hij is dan 73. 

De Duitsers waren trouwens gek op de grandeur van dergelijke ceremonies. Op de voorgrond staat een muziekkapel met pinhelmen, klaar om een eresaluut te spelen. Uit verslagen uit de oorlogsjaren weten we dat diezelfde muziekkapel elke week het beste van zichzelf gaf op de kiosk in Sint-Truiden.

 Bron: HBVL.be

Lees: Sint-Truiden in de Eerste Wereldoorlog. Bronnenboek, Balen: Studium Generale, 2013.