Monster
In de negentiende eeuw kwam de griezelliteratuur op, waarin geregeld monsters voorkwamen, zoals de mens/ het monster van Frankenstein en Dr. Jekyll and Mr. Hyde. Gustav Meyrinks boek Der Golem, gebaseerd op een oude Joodse legende, bracht het monster zelfs in de experimentele literatuur.
Monsters zijn ook zeer populair als personages in films. Met eenvoudige trucs kon het vroege bioscooppubliek een heel angstaanjagende voorstelling van een monster voorgeschoteld worden. Zo kwam de ene na de andere Frankenstein-verfilming uit en werd ook Der Golem verfilmd. De bekendste monsterfilm uit de vroege jaren van de film is King Kong (1933). Na de Tweede Wereldoorlog werd uitgebreid op deze trend voortgeborduurd, steeds met nieuwe technische middelen die de monsters weer echter en angstaanjagender maakten. Er kwam een duidelijke scheiding tussen de goedkope griezelfilm waarin het monster uit het niets lijkt te komen en de sciencefictionachtige film, waarin het monster vaak een mislukt experiment is. Voorbeeld uit dat laatste genre is Jurassic Park, waarin dinosaurussen tot leven worden gewekt.
Ook in de heavy metal verwijst men geregeld naar monsters. De Finse band Lordi, winnaar van het Eurovisiesongfestival 2006, treedt altijd op in monsterlijke kostuums en met dito maskers, die ze zelfs voor interviews niet afzetten.
Af en toe wordt het monster vriendelijker of beter van karakter afgeschilderd. Het bekendste voorbeeld is het kinderprogramma Sesamstraat, waar men pluizige en ongevaarlijke monsters zoals Koekiemonster, Oscar Mopperkont en Elmo in aantreft.
Het efficiënte romeinse weggennet, zoals de ‘kassei’ Tongeren-Tienen, verviel in de vroege middeleeuwen. Waar geen bevaarbare waterlopen waren, was men opnieuw aangewezen op lokale onverharde verbindingen met diverse alternatieven naargelang de seizoensmodder. Terwijl het Luikerland in de 18de eeuw steenwegen aanlegde voor economische ontsluiting zoals de weg Luik-Sint-Truiden(-Brussel) in 1715-1740, was de Franse bezetter rond 1800 vooral militair gemotiveerd voor snelle, rechtlijnige verbindingen. De ‘Route Napoleon’ of het deel Maastricht-Tongeren van de verbinding Keulen-Duinkerken werd in 1804-1813 afgewerkt.



Het was wachten op de Hollanders en hun Waterstaat-ingenieur De Sermoise om op 9 december 1817 de eerste steen te laten leggen aan de Sint-Truiderpoort in Tongeren door de provinciegouverneur. Het tracé dwars door de velden en weiden trok al snel handel en bewoning van de opzij liggende dorpskernen aan, getuige de jaartallen op vele gevels en de verbindingen zoals de dreef te Ordingen. De oude ‘Truierbaan’ in Rijkel verviel tot veldweg. Een tolbarreel aan het kruispunt met de Houtstraat Brustem deed dienst tot in 1867 deze gebruikersbijdrage werd opgeheven.
De weg naar Tongeren startte aan de oude Brustempoort. De beginkilometers waren gekend voor het omtuinde Casino (1862), het huis Moreau (1872), de arbeidershuisjes en het koetsenatelier Vanslype op de Pinberg en later voor de Veiling Haspengouw (1939-2017) en toegangen tot de Industriezone Schurhoven.
Na deze steenweg voltooide men vanuit de stad Sint-Truiden de kasseiwegen naar Hasselt (1838), Diest (1844) en Namen (1855).
In augustus 1914 kon de Duitse ruiterij haar opmars van Tongeren naar Sint-Truiden (en Orsmaal) ongestoord uitvoeren. Ze staken huizen in brand op de Pinberg, maar ter compensatie kwamen er nog voor het oorlogseinde enkele ‘Pruisenhuisjes’ of modelwoningen langs de Tongersesteenweg.