Goffin, Antoon Robert Jozef, "Jos"

Velm 21.08.1895   Eisden 27.02.1965 

Zoon van landbouwer Hubert en Maria Mathildis Ouwerx . Priester  1920, leraar Klein Seminarie, maar na één jaar aanvaring met directeur Bentein. Kapelaan Beverlo 1920, Veldwezelt 1927 en Bocholt 1932. Pastoor  Gelinden 1938, Eksel 1946 en Jesseren 1948. 

Organisator Benoit-hulde Davidsfonds Bocholt 1934. Wou verwaarloosde classicistische kerk Gelinden herbouwen, maar samenwerking met architect prof Stan Leurs eindigde in verwarring. Dichter, zonder publicatie. Omvangrijke verzameling Antwerpse santjes, geschonken aan Ruusbroecgenootschap. Pseud. ‘Aert Falmia ’. Emeritus Eisden 1963. Begraven in Velm .

Publ.: IJzerheldendom, met lied IJzerheldenkruis en novelle IJzerdroom, z.p., 1946, brochure ten voordele van de heropbouw IJzertoren; onder pseud. Aert FALMIA, gedichtkaartje Droom bij de Boom, 1958.
Onderschrift bij deze fotoInfo: HIP archief en Kamiel Stevaux.
Lit.: BROUWERS.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Een weerwolf in Melveren

Een weerwolf in Melveren

In Melveren , een gehucht van Sint-Truiden, woonde een zekere X. Op zekere dag ging X met zijn vriendin naar de kermis in Kortenbos. Deze man had echter een pact gesloten met de duivel, wat betekende dat hij regelmatig enkele uren als weerwolf moest rondlopen. Omdat X op de kermis plots voelde dat dat moment was aangebroken, zei hij tegen zijn vriendin: "Als je een hond zou tegenkomen, gooi dan deze zakdoek naar zijn muil. Op die manier zal het beest je geen kwaad doen." 

Omdat een weerwolf geen kruis kan oversteken, moet hij de draadjes van de zakdoek één voor één uitrafelen vooraleer hij verder kan. 

Het meisje antwoordde: "Neen, blijf maar bij mij!", waarop haar vriend: "Neen, ik moet dringend even een boodschap doen." 

Toen X weg was, kwam er een lelijke zwarte hond naar het meisje toe. Ze deed onmiddellijk wat haar vriend had gezegd, waarop de hond de zakdoek in stukken scheurde. Een kwartier later kwam X terug. Zijn vriendin vertelde hem dat ze doodsangsten had uitgestaan terwijl hij weg was. Wat verderop ging het tweetal iets drinken in een café. Het meisje bekeek haar vriend eens goed, en riep geschokt: "Jij smeerlap, je bent het zelf geweest, want de vezels van de zakdoek hangen nog tussen je tanden!" 

X zei dat ze het zich maar inbeeldde, maar het meisje wilde hem toch nooit meer zien.


Opgetekend door F. Beckers in 1947.
Bron: volksverhalenbank.be