Govaerts, Emiel, priester-dichter

Sint-Truiden 18.02.1869 Sint-Truiden 30.05.1946 

Zoon van Jean en Maria Anna Hamonts, ouder halfbroer van Guillaume en Jan.  

Student College Sint-Truiden. Roeselare en seminarie Luik. Medewerker lokale volksalmanak Jantje Klaas 1895-1903 en matigheidsblad De Sint-Jansbode. Priester  1897. Leraar  normaalschool Sint-Truiden. Ursulinen Hamont, colleges Neerpelt en Bree. Maecenas  voor de kapel van het College Sint-Truiden. o.a. preekstoel en glasramen Trudo en Lutgardis door Eugeen Yoors. Dichter o.a. in Het Belfort. Correspondeerde met Gezelle. Studie over S.M. Coninckx 1889 en uitgave familiegeschiedenissen. Versje en ode 1886 aan de Cisindria. Vertaler fabels van Lafontaine in De Stem van Haspengouw ca. 1913-1914.

Publ.: Onder pseud. Emiel HAMONTS, Fabelen van Heeroom, Oude en Nieuwe humoristisch bewerkt en voor groote kinderen met nieuwe zedenlessen versierd, Eerste en laatste Druk, Turnhout, 1919; In memoriam Emiel Govaerts, gedichten van hunnen Heerbroêr en Heeroom, uitgegeven voor zijne broeders, zusters, neefjes en nichtjes, zonder eenige letterkundige bedoeling maar alleen ter nagedachtenis, Bidt voor hem, Sint-Truiden. Weduwe Degeneffe-Wynants, 1934.
Lit. : Jozef DROOGMANS, Guido Gezelle en de Limburgers (1855-1899), in Miscellanea Gessleriana, Antwerpen, 1948, p. 428; VAN MECHELEN, p. I 11-I 12; JORISSEN; Raf VAN LAERE, Het fonds Govaerts, in HBHEYN, 1984, p. 343-352.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De trap des aanstoots

De Luikse architect Etienne Fayn slaagde erin om een mooi stadhuis in Luikse classicisme te ontwerpen rond de oude halle en de belforttoren. De stadsmagistraat betrok zijn nieuwe symmetrische bouw in juli 1759 onder begeleiding van drie kanonsalvo's. De interieurafwerking, vooral door de modieuze Luikse vakmensen, moest toen nog beginnen.
Maar... die saaie horizontale kroonlijst wou de stad als bouwheer toch verbeteren. Kijkend naar Brabant en Antwerpen liet ze in 1766 zwierige frontons met klokgevel, curven en tegencurven plaatsen aan de hoofdgevel. Pater minderbroeder Johannes Bolgrez bracht een plan mee uit Antwerpen. Ook kwam er een dubbele puitrap naar de verdieping, om de begane grond te kunnen verhuren. Enkele jaren later verdween deze blijkbaar té bombastische ingreep terug. 

Eigentijds kroniekschrijver Debruyn is genadeloos voor zoveel pretentie en tekent - met veel lekenfantasie - dit on-Luikse gedrocht. Hij schrijft ook hoe men half juni 1766 bouwt aan "eene nieuwe blauw steene balcon, ende het frontispicium wierd verciert met nieuwe crollen, oock met eenen nieuwen noijt in dese landen geinventeerde blauw steenen trap dienende tot spot der borgers ende vreemdelingen hier passerende om het onnodigh ende verquist geldt". 

Van deze verbeteringsoperatie getuigt nog een jaartalsteen met stadswapen boven het balkon. 






Lees: Christine VANTHILLO, Het stadhuis van Sint-Truiden, van binnen uit bekeken, in Sint-Truiden in de 18de eeuw, tentoonstellingscataloog, Sint-Truiden: Sint-Truiden 1300 vzw., 1993, p. 109-117; Fernand DUCHATEAU, Het boek van Debruyn. Een kroniek van de achttiende eeuw in Sint-Truiden, in idem, p. 168 en 209-267 en Sint-Truiden 1693-1793, in idem, p. 7-26; Het stadhuis van Sint-Truiden. Hart van de democratie, Sint-Truiden: stadsbestuur, 2018, p. 131-133.