Govaerts, Paul Jozef Leo, leraar

Sint-Truiden 01.07.1912 Jette 21.01.1996 , x Lea Gielen .

Zoon van bakker Louis en Marie Joséphine Eléonore Hendrix uit Brustem. Plankstraat.  

Ll. College. Doctor germanist Leuven 1934 en jurist centrale jury 1940. Leraar  Atheneum Tienen. Leraar College Sint-Truiden. Tolk stadsbestuur-Duitse militaire overheid Sint-Truiden en deeltijds stadsarchivaris 1936-1944. Woonde in Sint-Truiden. Gelinden 1944 , Andenne 1947 en Jette 1948. Leraar College 1932. Opsteller Ministerie arbeid en sociale voorzorg 1935. Leraar athenea Namen 1936 en Elsene 1936, en kadettenschool Saffraanberg 1937-1950. Leraar athenea Ronse 1940 en Tienen 1940. Taaldocent Koninklijke Cadettenschool Seilles 1947 en Laken 1948 en Koninklijke militaire school Brussel 1962-1982. Lid Kunstkring Sint-Truiden. Beëdigd vertaler, o.a. voor kinderadoptie Indië, beknopt verslag Kamer en jaarverslagen Verbond der Belgische Nijverheid. Perscorrenspondent Belga. Examinator Vast Wervingssecretariaat. Medewerker Moderne Bibliotheek Brussel. Studie over Pontus Heuterus, verdwenen. 

Schooluitgaven van Vlaamse auteurs in de reeks Caleidoscoop der Nederlandse Letteren en biografische bijdragen in de reeks Toortsen. Deelnemer aan diverse kwissen o.a. BRT-wedstrijd 100.000 of niets over Bourgondische hertogen. Eén van de drie wijzen bij TV-kwis Eén tegen Allen in Sint-Truiden 1963. Broer van jurist-fiscalist Gaston. Vader van Michel, Tilly, Marijke en Jo.

Info: Michel Govaerts.
Publ.: Het gerecht en wij. Een beknopte uiteenzetting over de rechterlijke inrichting in België, (Het dagelijks leven, 29), Brussel: Ministerie van Landsverdediging. Dienst voor opvoeding bij het leger, 1949; Nog over de handschriften der Minderbroeders te Hasselt, in OLL, 5, 1950, p. 55; met Albert Fettweis, Bevoegdheid, (Handboek voor Gerechtelijk Recht, 2), Antwerpen: Standaard wetenschappelijke uitgeverij, 1971.
ONTDEKKING VAN DE DAG

Brandende bokkenrijders

Brandende Bokkerijders

Blauwe steen

Achter het piramidekerkje van Bautershoven  houdt een blauwe steen zich recht in de graskant. Gelukkig heeft iemand er een boompje naast geplant, anders rij je er zo voorbij.

Hendrik Prijs, onze Limburgse Elsschot, schreef het trieste verhaal van Suske de Poup  en het Voorvelleke . Dat deden later ook historieschrijver Achille Thijs, de dialectkring Het Neigemenneke en historicus Frank Decat.

Die twee bejaarde vagebonden werden volgens de ingekapte tekst op de steen hier levend verbrand begin oktober 1784. Ze hadden de Gebrande winning  in de fik gestoken, verderop richting stad.

Nu laait het vuur daar alleen nog op onder het fornuis om de restaurantbezoekers te verwennen met een zakenlunch. In de zijgevel boven een poortje lees je het jaartal 1785 en de initialen van pachter Van den Hove op de sluitsteen.

Onderschrift bij deze foto

Beruchte Bokkenrijders

De bokkenrijders liggen nog in ons gezamenlijk geheugen, al was het maar door een album van Suske en Wiske. Maar of de twee brandstichters bij zo'n bende hoorden? In elk geval biechtten ze op dat op de heide 't Dekket in Zepperen  een duivelse eed van zwijgplicht was afgelegd. Aanstokers waren vier Walen, maar die zijn nooit gesnapt. Criminelen in de jaren 1700 probeerden wel meer bij de rijke boeren geld af te persen. Ze dreigden met brandstichting in een anonieme brief, vastgebonden aan de ring van de poort. De lemen boerderijen onder strodak waren een weerloze prooi.

Petit en Martens voerden hun dreigement uit maar vielen al snel in handen van de schout, zowat de sheriff of politiecommissaris in die tijd. Ze werden gefolterd bij hun verhoor en terechtgesteld aan het Gebrand Lindeken, richting Zepperen. In de stoet ging het van de stad naar de bewuste plek. Suske (Martens) en het Voorvelleke  (Petit) werden iets voor de middag op twee passen van elkaar aan een balk geketend. Ze leefden volgens het executieverslag nog drie tot vier minuten in het vuur, maar waren na twee uren nog slechts een hoopje asse.

Het Voorvelleke

Dat was de bijnaam van een Franse deserteur, Petit die altijd een lederen smidsvel droeg. Hij huysde, hoetelde en boddelde   met de buurvrouw van Suske en met twee Walen. Zijn veertienjarige zoon kreeg wroeging en praatte zijn vader na één week al aan de brandstapel. Truienaar Suske of Fransciscus Martens was een strodekker en leemplakker uit de Hel , een volkswijk nabij de Diestsepoort. Hij was ooit getrouwd geweest met een ware 'poup' van een vrouw, die stierf op bedevaart naar Compostela. Sus hertrouwde later met de dievegge Anastasia Kaky . Die zorgde voor de vuurlonten. Anastasia was een taai wijf en doorstond eerst de tortuur van tenenrek, duimschroeven en 'Spaanse' spanlaarzen. De strappade of de katrol waarmee de beul haar armen achterwaarts optrok deed Kaky uiteindelijk bekennen. Ze werd als medeplichtige gewurgd en geroosterd op de Grote Markt. Haar verminkte lijk hing later als afschrikking in een gaffel op de gerechtsplek van de abt, nu op de kruising van Tramstraat en Halmaalweg .

Het Zwakke Verzet

Hendrik Prijs gaf zijn roman Het Zwakke Verzet uit in 1942. Hij las daarvoor de originele processtukken door. Een proefje van de woorden die hij Suske in de mond legt: De groote winning stond, lijk de oogst in het veld, van de geweldige hitte der laatste dagen poederdroog en als te wachten op ons vonkje vuur. Met vieren hebben we het hem gelapt. De twee Walen, het Voorvelleke en ik. Petit bracht zijn melkmuil van een zoon mee. Ik keef hem verdacht aan, de kerel had een te eerlijk gezicht om betrouwbaar te zijn en bood te veel tegenstand. 'Hij kan een handje bijsteken', sprak het Voorvelleke, 'hij moet meer man worden'. 'Zijn wij geen mans genoeg, Voorvelleke?' 'Muil, dicht en aan 't werk!'


Mijnheer Keyenberg

De rijke Lambert Keyenberg-Baltus had bij Bautershoven-Bernissem  tussen de twee oorlogen een eigen vliegveld en liet naar verluidt de boodschap op hout uit 1784 vastleggen in de huidige steen aan de wegkant.