Govaerts, Trudo, kunstenaar

Sint-Truiden 08.04.1905 Sint-Truiden 05.02.1992 .

Zoon van Jozef en Josephine Reynders.  

Broeders Christelijke Scholen. Klein Seminarie. Priester 1931. Avondacademie Sint-Truiden. leerling Tysmans en impressionistisch kunstschilder . Diverse tentoonstellingen met opbrengst voor goed doel. Portretten en landschappen uit Kempen en Ardennen. Boekillustratie Hendrik Prijs Nistelken, 1932. Leraar  tekenen en Nederlands bisschoppelijk college en lyceum Stavelot o.a. tijdens Ardennenoffensief 1944. Schenker van scharenslijpershuis ‘De Zoutkist’ op Tiensevest  aan Koninklijke Kunstkring 1939. Reizen o.a. Congo 1969.

Schoonbroer van dokter Victor Van Mechelen en oom van priester Jo Van Mechelen, directeur college Peer. 

Lit.: In Memoriam Emiel Govaerts, Sint-Truiden. Weduwe De Geneffe-Wijnants, 1934, p. 487; HBVL, 16.01.1939; VAN MECHELEN, p. M9-M14.
ONTDEKKING VAN DE DAG

De Alvermannekes

De Alvermannekes

Te Engelmanshoven  heeft mijn mam de pijp gezien waar de alvermannekens uitkwamen. Die hadden in de grond kasten en tafels van aarde. En als ge moest wassen of bakken, dan moest ge maar een goeie koek gereed leggen en zeggen:

'Ik wou dat de alvermannekens kwamen bakken',

dan kwamen ze uw werk doen. '

Ik heb eens horen vertellen van een vrouw die zonder 'maagd' zat en die wenste dat de alvermannekens kwamen.

'Ik zal een teil rijstpap voor hen maken' zei ze.


Maar toen kwamen ze daar altijd en ze waren daar zo thuis dat ze in de keuken kwamen. En toen daar een nieuwe 'maagd' was, vielen ze die altijd lastig en die was kwaad. Toen zei de vrouw dat tegen een overste van de alvermannekens.

'Weet ge wat ge doet, zei die, het is een 'mottig' middel, als ze nog eens komen, dan geeft ge haar een snee brood en dan moet ze gaan zitten en kuimen of ze moet pissen en kakken.'

Met acht man kwamen ze binnen en toen deed die dat en toen ze dat zagen, riepen ze allemaal gelijk:

'Haaaa, foei, eten, bijten, schijten, zijken gelijk, haaaa, foei!' 

en toen liepen ze weg, terwijl ze hun neus toehielden en ze zijn niet meer teruggekomen.

Opgetekend door F. Beckers in 1948

 Bron: volksverhalenbank.be